Paragraaf 8 VTH

De provincie Fryslân is bevoegd voor verschillende terreinen waar sprake is van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Dat doet de provincie vanuit het zogenoemde VTH-kader, een landelijk (kwaliteits-)kader met nadere en inhoudelijke provinciale invulling. Voor Gedeputeerde Staten voert de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO, zie ook paragraaf 5 Verbonden partijen) de meeste VTH-taken uit. Door de Omgevingsdienst Groningen (ODG) worden de taken voor de majeure risicobedrijven (Brzo/RIE-4) uitgevoerd. Andere VTH-taken worden door de provincie zelf uitgevoerd, zoals het verlenen van vergunningen voor de Wet natuurbescherming en Waterwet en de VTH-taken met betrekking tot wegen en vaarwegen door Provinciale waterstaat.

Binnen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden taken uitgevoerd bij 74 (peildatum 1-1-2021) grote industriële bedrijven, waarvan 16 majeure risicobedrijven. Daarnaast zijn er nog taken voor bodemsaneringen, ketens van grond, gevaarlijke stoffen en andere ketens, vuurwerkevenementen, externe veiligheid en zonering rondom risicovolle activiteiten/risicokaart, natuurregels, zwem- en grondwater, luchtvaartwetgeving, nazorg stortplaatsen en vaarwegen en wegen. Het gaat hier om wetten en regels van de centrale overheid en daarnaast eigen verordeningen. Met vergunningverlening en de toezicht- en handhavingstaken dragen wij bij aan een schoon, leefbaar en veilig Fryslân. De implementatie van de omgevingswet vraagt veel aandacht, omdat deze wet en de implicaties daarvan hun plek moeten vinden in onze werkprocessen en samenwerkingen.

Vergunningverlening, toezicht en handhaving
De provincie verleent op basis van het VTH-kader vergunningen, behandelt meldingen en zorgt voor actueel houden van de dossiers. Er wordt daarbij, vanuit de één loketgedachte, samengewerkt met andere overheden, vooral met de Friese gemeenten en Wetterskip Fryslân. En in noordelijk verband met de provincies Groningen en Drenthe.

Wij implementeren veranderingen in wetgeving voortvarend omdat die vaak versoepelingen voor bedrijven bevatten (bv. minder administratieve lasten, kortere en afgestemde procedures e.a.). Net als in voorgaande jaren blijven we stevig inzetten op de kwaliteit van de dossiers, actueel houden van vergunningen en het verbreden van de risicoanalyses, inclusief het opstellen van de toezichtplannen. In het provinciale VTH-beleid is naast de landelijke handhavingsstrategie ook een preventie-/communicatiestrategie, een toezichtstrategie, een vergunningenstrategie en een gedoogstrategie opgenomen.

Het toezicht van de provincie wordt bepaald door de mix van het risico van een activiteit en het naleefgedrag van een bedrijf of doelgroep. Wij zetten veel capaciteit in als de risico’s hoog zijn en/of het naleefgedrag niet goed is. Bedrijven of activiteiten met lagere risico’s en een goed naleefgedrag controleren we minder vaak. De reikwijdte van deze beleidslijn is gericht op alle VTH-taken van de provincie.

Voor het takenpakket, dat gemandateerd is aan de FUMO/ODG, is een dienstverleningsovereenkomst/samenwerkingsovereenkomst afgesloten, de ruggengraat voor het operationeel opdrachtgeverschap naar de FUMO/ODG dat jaarlijks meer in detail is uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma VTH. Het uitvoeringsprogramma VTH wordt vastgesteld door GS en ter kennisname verstrekt aan PS. Over de behaalde resultaten wordt gerapporteerd in het VTH Jaarverslag. Dit jaarverslag wordt ook vastgesteld door GS en ter kennisname verstrekt aan PS.

De wettelijke coördinatietaken op het gebied van de VTH-taken van de provincie zijn verbreed naar de fysieke leefomgeving. Ook in de coördinatie werken wij nauw samen met de provincies Drenthe en Groningen. De provincie zorgt ervoor dat bedrijven en burgers hun werkzaamheden en activiteiten zodanig uitvoeren, dat zij aan de daarvoor gestelde normen in het brede omgevingsrecht voldoen.

Op 31 mei 2022 is het VTH jaarverslag (01989754) aan Provinciale Staten gestuurd.

Beleidskaders
Het VTH-kader en uitvoeringsprogramma VTH heeft een relatie met de volgende programma’s uit de programmabegroting: Verkeer en vervoer, Water, Milieu en Landelijk gebied. De prioriteiten en aanpak daarvan worden organisatie-breed vastgesteld op grond van probleemanalyses. De provinciale handhavingstaak op het terrein van de ruimtelijke ordening is geen eerstelijnstoezichtstaak, maar richt zich vooral op provinciale belangen. Als er provinciale belangen in het geding zijn bij ontwerp-omgevingsvergunningen, ontwerpbestemmingsplannen en projectbesluiten, dan dienen wij een zienswijze in. Als gemeentelijk toezicht en handhaving voor een provinciaal belang faalt of ontoereikend is, dienen wij een verzoek tot handhaving in bij de gemeente. Het indienen van een zienswijze is vrijwel altijd afdoende.

Samenwerking
Binnen het VTH-domein werken wij naast de organisatiebrede en interne afstemming, ook veel samen met andere partijen, vanwege hun bevoegdheid in eenzelfde project of zaak. Dit met als doel om elkaar te versterken en om naar de samenleving als een partij te acteren. Voorbeelden hiervan zijn:
•    De noordelijke samenwerking met de provincies Drenthe en Groningen en de Politie Noord-Nederland.
•    De samenwerking binnen het waddengebied en de hoofdvaarwegen.
•    Samenwerking toezicht bij de Natura 2000-gebieden.

Speerpunten 2022
1. Integrale aanpak VTH-taken
Conform ons beleid zetten wij provinciebreed in op integrale vergunningverlening, toezicht en handhaving in goede samenwerking met onze partners, waaronder de FUMO en de ODG, uitgevoerd. Dat vraagt goed opdrachtgeverschap, coördinatie en samenwerking met de uitvoerende afdelingen bij de provincie. Integraliteit brengt ook met zich mee dat in de organisatie meer aandacht zal moeten zijn voor de één loket-gedachte en het omgevingsbrede casemanagement, waarvan de reikwijdte bepaald wordt door de Wabo, de Wet natuurbescherming en de Waterwet met alle daarbij behorende AMvB’s, ministeriele regelingen en provinciale verordeningen.

Het voorbereiden op de komende Omgevingswet. In de Omgevingswet gaat onder andere de Wabo, de Wet natuurbescherming, de Waterwet en ook de Ontgrondingenwet op.

Resultaat 2022
De datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet is verplaatst naar 1 januari 2024. Ook deze datum staat nog niet vast.

2. Kwaliteit- en procescriteria
In het Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn onderwerpen geregeld met als doel de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken goed te regelen. Het Bor voorziet daarin onder andere door procescriteria. Procescriteria zijn werkprocessen voor het tot stand komen van een kwalitatief goede uitvoering van de VTH-taken.
Provinciale Staten hebben op 28 september 2016 de Verordening Kwaliteit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht provincie Fryslân 2016 vastgesteld. De kaders en uitgangspunten (Frysk Peil F1) zijn daarna door GS vastgesteld. In deze documenten worden regels gesteld aan opleiding/kennis, werkervaring en frequentie. De landelijke set kwaliteitscriteria zijn in 2019 geactualiseerd en bijgewerkt tot een nieuwe set versie 2.2. Frysk Peil F1 is aangepast op de versie 2.2. Het implementeren, doorontwikkelen en borgen van de gewenste kwaliteit vergt doorlopend aandacht en is een gezamenlijk speerpunt.

Resultaat 2022
Er is een nieuwe model kwaliteitsverordening beschikbaar die is aangepast aan de Omgevingswet. Wanneer de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet vast staat, zal de provinciale kwaliteitsverordening geactualiseerd worden.

3. Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming (Wnb) trad op 1 januari 2017 in werking en vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Onder deze wet valt ook stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuur. Op basis van een organisatie brede en nieuwe risicoanalyse voeren wij in 2019 de VTH-taken voor deze wet uit en brengen onze prioriteiten in de samenwerking met anderen in.
In 2022 werken wij onder andere aan:
•    Het ontwikkelen van algemeen vergunningenbeleid en –strategie voor stikstof, soorten, gebieden en houtopstanden en wanneer verlenen/weigeren voor bepaalde activiteiten, bijv. vuurwerk, drones, visserij, soorten etc.
•    Voorlichting geven richting gemeenten, FUMO en Wetterskip over de Wet natuurbescherming;
•    Kwaliteit en volledigheid aanvragen verbeteren;
•    Omgevingsverordening en beleidsregels onderdeel natuur; Implementatie Omgevingswet
•    De samenwerking binnen de Toezichtskring natuurhandhaving.
•    Toezicht en handhaving dossier Stikstof

Resultaat 2022

In 2022 zijn in totaal 953 aanvragen Wet natuurbescherming en Wadlopen afgehandeld. Daarnaast hebben we gewerkt aan de algemene vergunningenstrategie op alle onze facetten van het werk, tevens zijn er regelmatig voorlichtingen gegeven over de Wet Natuurbescherming.  Er is veel werk verricht aan de Omgevingsverordening. Tenslotte hebben we in 2022 beoordeelt hoe we het reguliere stikstoftoezicht en handhaving de komende jaren gaan invullen. 

4. Majeure risicobedrijven / Omgevingsveiligheid
Volgens het Besluit omgevingsrecht is de Omgevingsdienst Groningen, als noordelijke Brzo omgevingsdienst, verantwoordelijk voor de uitvoering van VTH-taken (Wabo en Brzo2015) bij de Friese majeure risicobedrijven. Voor de uitvoering en het aansluiten bij landelijke projecten zijn afspraken gemaakt in het Werkprogramma Brzo Noord 2022 met provincie Drenthe en Groningen en ODG volgens de gezamenlijke productie- en kwaliteitsnorm “Noordelijke Maat”, de Samenwerkingsovereenkomst tussen ODG en de provincie Fryslân en het mandaatbesluit van GS aan de directeur ODG. Hiervoor is budget binnen de provinciale begroting beschikbaar.
In 2022 worden de processen onder de Omgevingswet voor de majeure risicobedrijven (zoals bv. bestuurlijke boete en financiële zekerheidstelling) geïmplementeerd. In de Omgevingswet wordt de term BRZO vervangen door SEVESO. De basis voor het Externe Veiligheidsbeleid is de SEVESO III richtlijn.
Nieuw in de Omgevingswet is dat het Groepsrisico vervangen is door Aandachtgebieden. Aandachtgebieden zijn gebieden waar mensen binnenhuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevaren die in de omgeving kunnen optreden. In 2022 worden de aandachtsgebieden voor de provinciale bedrijven berekend voor brand, explosie en gifwolk.

Resultaat 2022
Omdat de Omgevingswet is uitgesteld, lopen de voorbereidingen voor wijzigingen van regels en processen door in 2023. Vanwege een toename in werkzaamheden en krapte op de arbeidsmarkt is er een prioritering van taken uitgewerkt op basis van risicoanalyses en kosten.
De Noordelijke Rekenkamer (NRK) heeft een terugblik onderzoek uitgevoerd op de doorwerking van de aanbevelingen in 2016 ‘grip op majeure risicobedrijven’. De NRK zal het rapport begin 2023 aanbieden aan provinciale staten.

5. Landelijk (IPO) en samenwerking VTH-overleg Fryslân
Vanuit IPO en Friese samenwerking wordt is in 2022 onder andere (verder) gewerkt aan:
•    de binnen de bestuurlijke IPO-agenda VTH Gezonde en veilige leefomgeving onderscheiden programmalijnen:


1.    Gezondheid
Resultaat 2022
In IPO-verband wordt in de werkgroep gezonde leefomgeving gewerkt aan een inspiratiekader gezonde leefomgeving. Doel daarvan is om van elkaar te leren (verschillen en overeenkomsten, kansen en belemmeringen) ten behoeve van het analysen van de mogelijkheden en kansen voor het eigen provinciaal beleid. Omdat gezondheid een autonoom beleidsveld is, heeft de provincie Fryslân geen (overkoepelend) gezondheidsbeleid. In zoverre is het inspiratiekader van ook vooral een kader ten behoeve van de coalitievormingen. 

In de IPO werkgroep geur (sub-werkgroep van de IPO werkgroep gezonde leefomgeving) is in 2022 gestart met het vormen van een handreiking voor de gemeenten om te komen tot (zoveel mogelijk uniform) beleid in de Omgevingsplannen ten aanzien van geur. Onder de Omgevingswet vindt er namelijk een verschuiving naar de gemeenten plaats en omdat uniformiteit zeker bij een dergelijk thema van belang is wordt gewerkt aan handvaten voor de gemeenten. In 2023 krijgt dat project een vervolg. 

2.    Circulaire Economie
Resultaat 2022
Op het vlak van circulaire economie is in 2022 een bouwstenenvisie ontwikkeld. Met die visie wordt nadrukkelijk de relatie gelegd tussen CEA en VTH. De onderscheiden bouwstenen zijn: 1) Huis op orde 2) Harmoniseren rechtsoordelen 3) Experimenteren faciliteren 4) Ketentoezicht 5) Kennisopbouw 6) Signalering CE kansen (in beleid) 7) Kennis gebruiken om CE aan te jagen bij bedrijven 8) CE in opdrachten naar omgevingsdiensten vastleggen. Per bouwsteen zijn er drie groeiniveaus gedefinieerd waarbij de ambitie is dat het basisniveau door alle provincies wordt opgenomen in het provinciale beleid. Op die manier ontstaat een geharmoniseerd speelveld. Het ambitieniveau dat de provincie Fryslân gaat hanteren hangt af van het bestuursakkoord van de nieuwe coalitie.

3.    Klimaat en energie
Resultaat 2022
Er is advies gegeven op de actualisatie van de terugverdientijd en het energiebesparingsonderzoek van de energiebesparingsplicht voor bedrijven. Er wordt ingezet om de gewijzigde energiebeparingsplicht, inclusief CO2 besparingsplicht, per 1 juli 2023 door te voeren en te laten uitvoeren door de omgevingsdiensten. De plicht geldt voor vergunningplichtige bedrijven en ETS bedrijven (ETS staat voor Emission Trade System, het handelssysteem voor de CO2-uitstoot van de industrie).

4.    Veiligheid

Resultaat 2022

In IPO verband is gewerkt aan de nieuwe risicokaart, dit project loopt door in 2023.  In 2022 is de nieuwe browser 'Atlas Leefomgeving' beschikbaar gekomen en zijn de gegevens van het Register Risicosituaties Gevaarlijks Stoffen (RRGS) overgezet naar het Register Externe veiligheid (REV).  In de Friese samenwerking is bijgedragen aan de ontwikkeling van planregels voor omgevingsveiligheid in het omgevingsplan.    

5.    VTH-stelsel
Binnen deze programmalijnen vallen onderwerpen als financiële zekerheid bij afvalstoffenbedrijven, zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), doorontwikkeling van het VTH-stelsel, kwaliteitscriteria en het rapport van de commissie Van Aartsen.

Resultaat 2022
Beleid voor Financiële Zekerheidsstelling (FiZe) is in IPO verband voorbereid. Er zijn regels en een handreiking opgesteld voor de Brzo-bedrijven (MOET-bepaling) en de afvalbedrijven (KAN-bepaling). Wanneer duidelijk is wanneer de Omgevingswet van kracht wordt, wordt het beleid verder uitgewerkt en per provincie vastgesteld. En wordt de uitvoering FiZe met de omgevingsdiensten verder opgepakt.

Het Project ZZS in Noord-Nederland is afgerond. Er is geïnventariseerd welke emissies van ZZS er zijn en welke regelgeving op die emissies van toepassing is. Vergunningen zijn met betrekking tot lucht emissies van ZZS in een enkel geval aangepast omdat ZZS emissies voor het merendeel rechtstreeks werkend zijn vanuit het Activiteitenbesluit. Daarnaast is er landelijk nog geen duidelijke regelgeving omtrent hoe om te gaan met ZZS bij afvalbedrijven. Afvalbedrijven maken het grootste deel uit van de bedrijven waarvoor de provincie het bevoegd gezag is. In het kader van het actualiseren van vergunningen in het kader van de nieuwe BBT-conclusies BREF-afvalbehandeling worden voorschriften momenteel ook geactualiseerd ten aanzien van indirecte lozingen oftewel lozingen op de riolering voor zover mogelijk. Het actueel houden van vergunningen is een continu proces. De gesprekken met het ministerie over ZZS beleid voor afvalbedrijven lopen door in 2023.

De doorontwikkeling van het VTH-stelsel vindt plaats in lijn met de aanbeveling uit het rapport van de Commissie Van Aartsen. Er is een InterBestuurlijk Programma (IBP) VTH opgesteld. Met de uitvoering daarvan is in het najaar van 2022 gestart.
De binnen het VTH-overleg Fryslân lopende en nog in gang te zetten (meerjarige) projecten en onderwerpen:
•    evaluatie functionele boa-structuur Fryslân
•    aanpak brandveiligheid gebouwen
•    samenwerking toezicht Natura 2000-gebieden
•    aanpak asbestdakenverbod
•    opstellen nieuwe jaar- en meerjarenagenda VTH-overleg Fryslân

Resultaat 2022
Het eerste deel van de evaluatie van de functionele boa-structuur is afgerond. Deze evaluatie heeft enkele verbeterpunten opgeleverd die zijn geïmplementeerd. Deel II van de evaluatie is gepland voor het voorjaar 2024. 
Het project “Aanpak brandveiligheid gebouwen” is afgerond. Het kabinetsvoorstel om asbestdaken per 2028 te verbieden is van de baan. Tegen deze achtergrond is er in Fryslân onvoldoende draagvlak voor een gezamenlijke aanpak voor het stimuleren van het verwijderen van asbestdaken. In maart 2022 is de VTH-meerjarenagenda 2022 – 2025 vastgesteld. Met de uitvoering daarvan is gestart.