Beleidsprogramma 3: Omgeving

Vastgestelde beleidsnotities

Terug naar navigatie - Vastgestelde beleidsnotities

Natuur en Landschap

Landbouw

Veenweide

Water en Milieu (VTH milieu en natuur)

Energietransitie

Verbonden partijen

Terug naar navigatie - Verbonden partijen

Onderstaande verbonden partijen leveren een bijdrage aan de doelen en resultaten van dit programma. Een overzicht van de verbonden partijen en meer informatie hierover staat in paragraaf 5 van deze begroting.
•    Fryske Útfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO), Grou
•    Fûns Fryske Skjinne Enerzjy (FSFE), Leeuwarden
•    Fonds Nazorg Stortplaatsen
•    Stichting Nazorg Ouwsterhaule
•    Samenwerkingsovereenkomst Waddenglas (beëindigd per 31-12-2022)

Wat wilden we bereiken?

Terug naar navigatie - Wat wilden we bereiken?

Doelstellingen programma 3

Terug naar navigatie - Doelstellingen programma 3

Een vitaal, veerkrachtig, mooi en gezond Fryslân, dat is de hoofdambitie voor de Friese leefomgeving en dit zijn belangrijke voorwaarden voor het geluk van de Friese burger (en de bezoeker aan Fryslân). Deze ambitie staat verwoord in het bestuursakkoord en in de omgevingsvisie. Met de Friese leefomgeving wordt bedoeld de gedeelde ruimte waarin de mensen in de provincie samenleven. De Friese leefomgeving is dienstbaar aan allerlei vormen van gebruik èn ze heeft zelfstandige kwaliteiten. Wij willen deze wederkerigheid versterken, waarbij de balans tussen beschermen (gezond, veilig, behoud van omgevingskwaliteit) en benutten (gebruik en ontwikkeling van de omgeving om aan maatschappelijke behoeften te voldoen) centraal staat.  
Wederkerigheid tussen gebruik en omgevingskwaliteit ontstaat niet vanzelf. Veel veranderingen vragen om ruimte, bovengronds èn ondergronds; bijvoorbeeld voor duurzame landbouw, het vergroten en herstellen van biodiversiteit en natuur, waterberging, toerisme en energievoorziening. Er is te weinig ruimte om deze ruimteclaims afzonderlijk en naast elkaar in te vullen. Vandaar dat gezocht wordt naar combinaties om deze opgaven gezamenlijk in te passen. Ook zullen we er ons bewust van moeten zijn dat niet alles kan, sommige ontwikkelingen (pfas, verdroging, bodemdaling, schaalvergroting en stikstof) van de afgelopen decennia laten hun sporen na in de Friese leefomgeving.

Om de ambities te kunnen realiseren moet de basis op orde zijn: de Friese leefomgeving heeft veel kwaliteiten die we willen behouden, versterken of herstellen: niet door veranderingen tegen te houden, maar door gewenste nieuwe ontwikkelingen te laten aansluiten bij bestaande kwaliteiten. Om deze kwaliteiten op orde te hebben en te houden (goed onderhoud en beheer) voeren we onze wettelijke taken uit en nemen we de verantwoordelijkheden die we als provincie hebben. 

De Omgevingsvisie geeft een perspectief voor de ontwikkeling van de Friese leefomgeving voor de lange termijn (2030 – 2040) en daarmee geven we richting aan alle activiteiten van de provincie op het gebied van de fysieke leefomgeving. Waar werken we naar toe, welke toekomst zien we voor ons. Vooruitkijken is moeilijk. De Omgevingsvisie is geen blauwdruk voor hoe Fryslân erbij ligt over twintig of dertig jaar. Toch moeten we keuzes maken en daarop sturen. We sturen op doelen en zo min mogelijk op regels. Daarvoor hebben we principes benoemd van waaruit we willen werken; inhoudelijke principes en principes voor de manier van samenwerken. Die principes geven richting aan het maken van keuzes voor de uitvoering van plannen en programma ‘s. 

In de omgevingsvisie  zijn vier urgente opgaven benoemd. Deze opgaven zijn groot, onderling verbonden, raken de hele provincie en vragen om een integrale en gezamenlijke aanpak:
•    Leefbaar, vitaal en bereikbaar
•    Energietransitie
•    Klimaatadaptatie
•    Versterken biodiversiteit

Alleen met elkaar kunnen we oplossingen vinden: maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven overheid en samenleving.

Binnen de opgave ‘versterken biodiversiteit’ geeft de provincie extra aandacht aan de stikstofproblematiek. Met een gerichte aanpak willen we zowel de korte termijn problematiek van de vergunningverlening, als de lange termijn problematiek van de te hoge stikstofdepositie in 11 natura2000 gebieden proberen op te lossen. Met het programma natuur is een start gemaakt om de problemen in de natuurgebieden en de randzones te verbeteren.

Het beleidsveld landbouw is direct gerelateerd aan deze vier urgente opgaven. De landbouw is van grote betekenis voor Fryslân en staat op een kwalitatief hoog niveau. Conform de Landbouwagenda (september in PS) willen we in 2022 samen met de sector de volgende stappen zetten richting een natuurinclusieve kringlooplandbouw. Dit is een landbouwsector die grondgebonden en circulair is, bijdraagt aan herstel van biodiversiteit, maatschappelijk draagvlak heeft en tegelijkertijd duurzaam economisch renderend is.

De urgente opgaven in de Omgevingsvisie zijn opgenomen in de diverse onderdelen binnen het begrotingsprogramma Omgeving. Dit programma bestaat uit de onderdelen Natuur en landschap, inclusief stikstof, Landbouw, Veenweide, Water, Milieu, Energietransitie en de transitie Omgevingswet.

De Omgevingswet vraagt om samenwerking tussen de overheden in Fryslân (de burger ervaart één overheid) en participatie van de samenleving. Om als één overheid te kunnen functioneren naar de burger toe is het van belang de interne werkprocessen van die overheden goed op elkaar af te stemmen (o.a. via het landelijke Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). De invoering van de Omgevingswet vindt naar verwachting plaats op 1 juli 2022. 

Daarnaast werken we aan de omgevingsverordening waarin alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving zijn verwerkt. Deze verordening vervangt alle bestaande verordeningen. Ook is het van groot belang om richting inwerkingtreding van de wet met alle betrokken overheden en belanghebbenden gaan oefenen met de toepassing van de visie, verordening en uitgangspunten van de wet. Daarbij wel het signaal dat we er nog niet zijn als de wet straks inwerking treedt. 

Beleidsveld 3.1 Natuur en landschap

Wat wilden we bereiken?

Terug naar navigatie - Wat wilden we bereiken?

Doelstellingen beleidsveld 3.1 Natuur

Terug naar navigatie - Doelstellingen beleidsveld 3.1 Natuur

Wij blijven de mooiste provincie van Nederland met een fraai en vitaal platteland en dynamische natuurgebieden. Hierbij speelt onder andere het herstel van de biodiversiteit. 

Natuurpact
In 2013 hebben Rijk en Provincies afspraken gemaakt over de realisatie van de ontwikkeling en het beheer van de natuur in Nederland. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Natuurpact, in het kader van decentralisatie van deze taken naar de provincies. Binnen deze afspraken werken we aan de realisatie van het Natuur Netwerk Nederland, met daarbinnen de N2000 gebieden. Waar de natuur is gerealiseerd, zorgen we voor beheerafspraken vanuit het Subsidiestelsel Natuur en Landschapsbeheer. De afspraken worden jaarlijks gemonitord in de Voortgangsrapportage natuur. We houden ons aan de afspraken zoals we die in het kader van het Natuurpact gemaakt hebben. 

Programma natuur
De provincies en het Rijk hebben als onderdeel van de structurele aanpak stikstof afgesproken om een gezamenlijk Programma Natuur op te stellen, aanvullend op het Natuurpact. Belangrijke hoofdlijn van het Programma Natuur is om condities te realiseren voor een gunstige staat van instandhouding (Svl) van alle soorten en habitats onder de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR). Hiermee wordt gestreefd, in samenhang met de andere maatregelen in de structurele aanpak stikstof, om aan de eisen te voldoen die de VHR stelt. Voor 2030 verwacht het Rijk met de te nemen maatregelen 70% doelrealisatie te behalen met specifiek aandacht voor stikstofgevoelige natuur. De inzet richt zich vooral op maatregelen in en rond beschermde natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland). 

De provincie heeft voor de periode 2021-2023 een Uitvoeringsprogramma Natuur opgesteld. In dit Uitvoeringsprogramma Natuur is beschreven hoe gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan het realiseren van de condities, die nodig zijn voor een landelijk gunstige Staat van Instandhouding, waar bij aanvang van het programma sprake is van een te hoge stikstofdepositie voor stikstofgevoelige soorten en habitattypen in de provincie Fryslân. 
In het Uitvoeringsprogramma is aangegeven welke maatregelen in de gebieden worden uitgevoerd. Dit zijn vooral maatregelen gekoppeld aan het herstel van stikstofgevoelige natuur in zowel Natura 2000-gebieden als in het overige NNN die binnen drie jaar uitgevoerd kunnen worden en aanvullend op het Natuurpact zijn. In deze fase vindt een voorbereiding plaats op de gebiedsgerichte aanpak stikstof en wordt de koppeling met brongerichte maatregelen stikstof voorbereid. Voor de fase 2024-2030 zal t.z.t. een volgend Uitvoeringsprogramma worden opgesteld.

Naast het Uitvoeringprogramma werken Rijk en provincies aan een agenda 'natuurinclusief’ waarin voor de langere termijn de ambities en kansen voor een natuurinclusieve samenleving in beeld worden gebracht, met versterkte aandacht voor de natuur in onze nabije omgeving, zowel binnen als buiten natuurgebieden. 

Natuurontwikkeling en (agrarisch) natuurbeheer
De provincie streeft naar een kwalitatief goed, effectief en vernieuwend (agrarisch) natuurbeheer. Wij voeren de regie op het natuurbeheer binnen en buiten het Natuurnetwerk (NNN). Op 10 juli 2019 hebben Provinciale Staten besloten om voor de natuurontwikkeling scenario 5b, Natuer mei de Mienskip (binnen bestaand budget) verder uit te werken door het uitvoeren van 3 pilots. In november 2022 heeft PS een definitieve scenariokeuze gemaakt. De keuze en de voortgang van de natuurontwikkeling worden in de paragraaf ‘Grote projecten’ beschreven. Ook voeren we de herstelmaatregelen uit de N2000 beheerplannen uit. 

Soortenbeleid
De door Provinciale Staten vastgestelde Nota Faunabeleid Fryslân, Nota Weidevogelbeleid en het Invasieve exotenbeleid zijn o.a. basis voor de uitvoering van het soortenbeleid. Dit geeft heldere kaders voor de uitvoering van deze beleidsvelden. Tegelijkertijd vinden ontwikkelingen plaats die een goede aanvulling zijn op deze beleidsnotities, zoals het Aanvalsplan Grutto en de uitvoering van de LIFE IP subsidies. Het Aanvalsplan Grutto is een initiatief van Pieter Winsemius en Ferd Crone, It Fryske Gea, de Friese Milieu Federatie en Vogelbescherming Nederland. De Provincie is bij de uitwerking van dit initiatief betrokken. Met deze impuls kan een mooie stap worden gezet in behoud en versterking van de weidevogelpopulaties. Eveneens worden nieuwe LIFE aanvragen voorbereid om de inhoudelijke en financiële impuls verder te versterken voor het behalen van de doelstelling t.a.v. de weidevogels. 

Het ganzendossier krijgt in 2022 en 2023 grote aandacht, aangezien de evaluatie en de startnotitie in 2022 worden aangeboden aan PS, waarna het herziene (uitvoerings)beleid van de ganzenaanpak volgt.
Soorten kent in brede zin een steeds grotere maatschappelijke aandacht. Zo is naar aanleiding hiervan de Provinciale Werkgroep Wolven opgericht, waarvan de provincie het secretariaat voert. Voor zover mogelijk spelen we zoveel mogelijk in op de actualiteiten over uiteenlopende soorten, de vogelgriep van vorige winter is hier een voorbeeld van.

Ook is het soortenbeleid actief betrokken bij de vogelgriep. 

Nationale parken
De nationale parken vertellen het verhaal van de mooie en veelzijdige Nederlandse natuur. De vier nationale parken in Fryslân (en buurprovincies) zorgen ervoor dat deze karakteristieke landschappen behouden blijven en dat bezoekers van de Nederlandse natuuriconen kunnen blijven genieten. 
De provinsje Fryslân ondersteunt de Friese Nationale Parken Schiermonnikoog en de Alde Feanen middels een financiële bijdrage en het voeren van het secretariaat. Groningen en Drenthe voeren het secretariaat van Lauwersmeer en Drents Friese Wold. De provinsje Fryslân levert daarnaast een financiële bijdrage aan deze laatstgenoemde Nationale Parken.  

Nationale parken nieuwe stijl
Het ministerie wil dat nationale parken zich niet beperken tot de donkergroene natuur (vaak natura 2000) met een schil eromheen, maar wil naar robuustere gebieden met meerdere natuurkernen, een landschappelijke eenheid en koppelingen met de grote maatschappelijke opgaven. Hiervoor heeft ze een nieuwe standaard voor Nationale Parken ontwikkeld. Momenteel zijn alle Nationale Parken aan het onderzoeken in welke mate ze voldoen aan die nieuwe criteria en als dat niet het geval is op welke wijze zich door moeten ontwikkelen om in de toekomst daaraan te voldoen. Op basis van een regeling waar nationale parken op in konden schrijven om in aanmerking te komen voor procesgelden, hebben alle vier noordelijke nationale parken de aangevraagde middelen toegewezen gekregen. Als provincie leveren we cofinanciering aan deze processen, aan de hand van in-kind bijdrage en contante middelen.

De stikstofdepositie daalt in de 11 stikstofgevoelige natuurgebieden. De te bereiken doelstelling hierin is uitgewerkt, zo ook de werkwijze

Beleid

G

Tijd

O

Tijd (toelichting)

De te bereiken doelstelling en de werkwijze is uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma stikstof, dat in maart 2022 is vastgesteld door GS en in mei 2022  is behandeld door PS. De maatregelen waaraan nu gewerkt wordt, zoals de landelijke opkoopregeling, zijn nog niet afgerond. Het effect is daardoor nog niet zichtbaar. Hetzelfde geldt voor het uitvoeren van het uitvoeringsprogramma stikstof. Dit wordt nu opgestart in samenwerking met onze partners.  De minister van Natuur en Stikstof heeft inmiddels 55 miljoen Euro aan financiële middelen beschikbaar gesteld voor het, in het uitvoeringsprogramma stikstof genoemde, gezamenlijke ‘laaghangend fruit’-aanbod van de Noord-Nederlandse provincies. 
In dit kader zal een grootschalige pilot, met het subsidiëren van een aantal generieke maatregelen voor stikstofreductie op agrarische bedrijven, in de eerste helft van 2023 van start gaan.

Geld

G

Een strategische nota grond natuuropgave

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Een vastgestelde aanpak voor invasieve exoten

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Evaluatie en nieuw aanbod van Natuer mei de Mienskip vanuit provincie inbrengen in PS

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Ganzenschade 5-10% lager dan het gemiddelde van de voorgaande twee jaren

Beleid

G

Tijd

G

Geld

R

Geld (toelichting)

De uitbetaalde tegemoetkomingen door schade is ondanks dat de vraatschade iets is verminderd,  met 15% omhoog gegaan als gevolg van de gestegen grasprijs. 

Herstelprogramma biodiversiteit aantal voorbeeld projecten is uitgevoerd

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Herstelprogramma biodiversiteit de uitvoering van de agenda herstel biodiversiteit samen met de stakeholders is vormgegeven

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Herstelprogramma biodiversiteit een eerste jaarplan voor de uitvoering van de agenda biodiversiteit is in uitvoering genomen

Beleid

G

Tijd

O

Tijd (toelichting)

Het eerste jaarplan van de agenda Biodiversiteit is in uitvoering genomen.  De uitvoering van het thema 'Verbindingen Realiseren' is door een personele wisseling  vertraagd geraakt. Daarom zijn een aantal activiteiten uit het jaarplan 2022 doorgeschoven naar 2023 en is bij de 2e berap 2022 besloten tot een kasritmeverschuiving voor een deel van de middelen.

Geld

G

Indienen van een LIFE aanvraag voor optimalisatie en duurzaam behoud weidevogelbiotoop

Beleid

G

Tijd

G

Geld

O

Geld (toelichting)

Op 30 november 2021 is de LIFE Nature aanvraag (LIFE Space fot Godwit) afgewezen. De LIFE aanvraag is aangepast op de onderdelen waarvoor te weinig punten werd behaald en begin oktober opnieuw aangevraagd. In het voorjaar 2023 wordt de uitslag verwacht. 

Opstellen van het Natuurbeheerplan 2023

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Uitvoeren van de maatregelen in de Natura 2000 beheerplannen

Beleid

G

Tijd

G

Geld

O

Geld (toelichting)

Niet alle begrote kosten zijn uitgegeven. Daarnaast zijn nog niet alle POP3 bijdragen verrekend, zoals bij de N2000 beheerplannen Friese Meren en Terschelling. Dit leidt tot een onderbesteding van € 5,3 mln. Bij de 2e berap waren deze punten nog onzeker en daarom is de begroting op dat moment niet aangepast, in 2023 wordt dit verder uitgewerkt. De niet bestede middelen blijven onderdeel van de reserves.

Uitvoeren van de maatregelen in het uitvoeringsprogramma Natuur

Beleid

G

Tijd

O

Tijd (toelichting)

Voor de uitvoering van dit programma zijn ruim 80 maatregelen opgenomen voornamelijk op het terrein van kwaliteitsverbetering en hydrologie. Deze maatregelen zijn allen additioneel aan het Natuurpact. De voorbereiding van de uitvoering van de maatregelen neemt meer tijd dan verwacht. Dit zou er toe kunnen leiden dat de uitvoering meer tijd zal nemen dan met het Rijk is overeengekomen. Dit geldt overigens voor alle provincies en hierover staan wij in nauw contact met het Rijk. Dat contact verloopt constructief.

Geld

O

Geld (toelichting)

Op dit budget is er een onderbesteding van € 1,9 mln. Binnen het programma worden de maatregelingen in de meeste gevallen uitgevoerd door de terreinbeheerende organisaties (TBO's). Op verzoek van de TBO's worden de middelen via een SKNL subsidie beschikbaar gesteld. Het proces om de SKNL op te tuigen heeft meer tijd gevraagd dan verwacht, in 2023 worden de beschikkingen afgegeven. De in 2022 niet bestede middelen blijven gewoon onderdeel van dit programma.

Uitvoeren van de SNL en ANLb regelingen

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Uitvoeren van minimaal twee openstellingstranches SKNL

Beleid

R

Beleid (toelichting)

In 2021 zijn twee tranches open gesteld welke in 2022 in uitvoering zijn gekomen. Uit inventarisatie  is gebleken dat er in 2022 niet voldoende belangstelling was voor nog een openstelling, dit komt mede door het succes van de openstellingen van  2021. Alleen voor het programma Natuurherstel (SPUK) is één openstellingstranche geweest. Het doel is hiermee dus niet gehaald.

Tijd

O

Tijd (toelichting)

Zie toelichting bij beleid.

Geld

O

Geld (toelichting)

Zie toelichting bij beleid.

Vaststellen 2e beheerplanperiode Natura 2000 beheerplan Groote Wielen

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Vaststellen van de evaluatiedocumenten Natura 2000 beheerplannen

Beleid

G

Tijd

O

Tijd (toelichting)

Het evaluatiedocument voor het beheerplan Groote Wielen is in het voorjaar van 2022 afgerond. Het evaluatiedocument voor het beheerplan Friese Meren was rond de zomer van 2022 afgerond. Daarnaast wordt gestart met het opstellen van de evaluatiedocumenten voor de overige beheerplannen, echter is in 2022 vooral ingezet voor het opstellen van de natuurdoelanalyses waardoor het afronden van de evaluatiedocumenten doorschuift naar 2023. 

Geld

G

Zorgen voor extra beheermiddelen voor de uitvoering van het Aanvalsplan Grutto

Beleid

G

Tijd

G

Geld

O

Geld (toelichting)

Door de indexering van de beheervergoedingen kunnen er minder hectares beheer worden gerealiseerd met de beschikbare middelen. Er wordt gekeken of dit later kan worden verrekend met de NSP-gelden (Nationaal Strategisch Plan). Daarnaast zijn er voor de periode na 2027 nog geen beheermiddelen beschikbaar.  Door de minister wordt gekeken naar mogelijkheden om  voor een langere periode beheermiddelen beschikbaar te stellen.  Ook is de € 62,5 mln. niet voldoende om alle 36 Aanvalsplan Grutto gebieden te kunnen realiseren.

Doelstellingen beleidsveld 3.1 Stikstof

Terug naar navigatie - Doelstellingen beleidsveld 3.1 Stikstof

Wij willen dat stikstofgevoelige natuurgebieden hersteld en robuust zijn en dat de uitstoot van stikstof duurzaam gereduceerd is. Onze vergunningverlening is vervolgens weer op gang gekomen en kent een duurzame (juridische) basis. Economische- en maatschappelijke ontwikkelingen zijn dan weer mogelijk. 

Wij werken vanuit twee hoofdthema’s: herstel van stikstofgevoelige natuurgebieden en reductie van uitstoot van stikstof. Uit de gebiedsanalyses 2021 komt naar voeren dat voor elf Natura 2000-gebieden de kritische depositiewaarde (KDW) wordt overschreden. Het gevolg hiervan is dat momenteel geen of weinig extra stikstofuitstoot is toegestaan en vergunningverlening voor economische- en maatschappelijke ontwikkelingen nauwelijks meer mogelijk is.

In de komende jaren wordt met het Uitvoeringsprogramma Natuur sterk ingezet op herstel en reductie van de stikstofneerslag in de deze stikstofgevoelige gebieden. Met een gebiedsgerichte aanpak in de randzones van natuurgebieden wordt  gezocht naar verdere natuurverbetering en stikstofreductie. Het terugdringen van de stikstof uitstoot vraagt een nadrukkelijke inspanning van alle sectoren in Fryslan zoals industrie, mobiliteit en energie, maar zeker ook van de landbouw.

In juli 2021 is een voortgangsrapportage aangeboden aan Provinciale Staten waarin is aangegeven wat de voortgang is ten aanzien van de aanpak en maatregelen om natuur te herstellen, de Wet natuurbeschermingsvergunningen op orde te brengen en stikstofuitstoot te reduceren. In mei 2022 is het Uitvoeringsprogramma Stikstof 2035 aangeboden aan Provinciale Staten waarin de aanpak en de maatregelen staan omschreven om ons goed voor te bereiden op de toekomst.

Het ministerie heeft na hoofdlijnenbrief van 1 april op 10 juni nog 2 brieven gepresenteerd te weten: de Startnotitie NPLG van de hand van minister Van der Wal en Perspectieven voor de landbouw van minister Staghouwer. De brief van minister Van der Wal werd begeleid door een kaart van Nederland waarop de gebieden en de daarbij behorende reductieopgave aangegeven stonden. Deze kaart heeft voor enorm veel weerstand en onrust in de maatschappij gezorgd. Gesprekken/werksessies waarbij het Fries Landbouw Collectief (FLC) zou aansluiten vinden daarom geen doorgang en gebiedscommissies zijn terughoudend in de contacten met de provincie. 

Op 20 juli 2022 heeft het ministerie LNV een brief gezonden waarin 250 miljoen euro voor alle provincies wordt gereserveerd als bijdrage voor een oplossing voor de PAS-melders. 200 miljoen daarvan  wordt verdeelt naar rato van het aantal melders dat gelegaliseerd dient te worden per provincie. 50 miljoen wordt als buffer ter beschikking gesteld voor complexe situaties. In Friesland zijn er 212 aanmeldingen voor legalisatie in 2022. Er wordt  nog onderzocht welke regeling daarvoor kan worden ingesteld en of individuele aankopen van bedrijven door kunnen gaan met het oog op juridische en staatssteun risico’s. 

Na het rapport Wat wel kan, welke  bemiddelaar Remkes op 5 oktober 2022 presenteerde, heeft het kabinet een groot aantal brieven en beleidsstukken aan de kamer gestuurd. In deze brieven geeft het kabinet aan dat ze alle 25 adviezen van Remkes op zal volgen. Naast deze waardering voor het werk van Remkes ging het beleidspakket van het kabinet in op een groot aantal zaken. De uitgangspunten van ‘Water en bodem sturend’ werden toegelicht en daar werd o.a. gesproken over 10% groen-blauwe dooradering van het landelijk gebied. 

Er hebben geregeld bestuurlijke en ambtelijke gesprekken, naast de intensieve samenwerking tussen Wetterskip en Provinsje,  met de diverse gemeenten plaats gevonden over de wijze van uitvoeren van het Uitvoeringsprogramma Stikstof (en breder het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG)) en de rol van de gemeenten daarbij. Wij hebben ons voorbereid op een bredere verbinding met de gemeenten omdat wij verwachten dat er bij alle gemeenten veel vragen liggen op het gebied van vergunningverlening en de legalisering van PAS-melders.

Binnen het Frysk Programma Landelijk Gebied (FPLG) zijn er uitgangspunten en beoogde resultaten gepresenteerd om tot een goed gebiedsprogramma voor Fryslân te komen. Belangrijk hierbij is dat het geld uit het Transitiefonds (ruim € 24 miljard landelijk) beschikbaar wordt gesteld in 2024.

Het kabinet geeft aan dat vergunningverlening niet eenvoudig is als gevolg van een aantal gerechtelijke uitspraken. Daarom wordt vanuit het Rijk gewerkt aan een aanpak voor piekbelasters en de legalisatie van PAS-melders. Ook wordt er gewerkt aan het vergunningsplichtig maken van intern salderen. Het afroompercentage bij extern salderen zal op termijn van 30% stijgen naar 40%. Ook zal er samen met de sector gewerkt worden aan een landbouwakkoord wat in het voorjaar van voorjaar 2023 gereed moet zijn.  

Wij hebben afspraken gemaakt met de landbouw sector over hoe de stikstofdoelen in Fryslân gerealiseerd worden

Beleid

R

Beleid (toelichting)

Nadat het collectief van de boerenorganisaties (Fries Landbouw Collectief (FLC)) begin april 2022 een brandbrief aan de provincie gezonden heeft inzake het beleid van het Rijk en de provincie hebben er enkele maanden geen volledige werk- en/of dialoogsessies plaatsgevonden omdat de agrarische sector haar deelname had opgeschort. In die tijd is steeds gepoogd met de sector in gesprek te raken en te blijven. In november heeft er een eerste dialoogsessie plaatsgevonden waarbij het FLC vertegenwoordigd was, een bestuurlijk overleg met het FLC volgde daarop begin december.  Daarmee is sindsdien weer regelmaat tot stand gekomen in het contact met het FLC.

Tijd

O

Tijd (toelichting)

Doordat wij niet voldoende in gesprek zijn met de sector komen de plannen meer onder tijdsdruk te staan. Om tot goede plannen te komen hebben wij de landbouwsector nodig. 

Geld

G

Wij hebben afspraken gemaakt met de piekbelasters uit de industrie over emissiereductie en maatregelen

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Wij hebben beleid vastgesteld over hoe wordt omgegaan met de latente ruimte

Beleid

R

Beleid (toelichting)

 Wij hebben geen beleid vastgesteld over latente ruimte. Het Rijk heeft aangekondigd met beleid hierover te komen.  Naar verwachting zal het Rijk de eerste mededelingen over dit beleid in de eerste helft van 2023 doen.

Tijd

R

Tijd (toelichting)

Wij hebben geen beleid vastgesteld over latente ruimte. Het Rijk heeft aangekondigd met beleid hierover te komen. 

Geld

G

Wij hebben contact met de piekbelasters uit de landbouw en afspraken gemaakt over bronmaatregelen, of verplaatsing

Beleid

O

Beleid (toelichting)

Wij hebben vooral contact met landbouwvertegenwoordigers. Door de grote spanning die het stikstofdossier met zich meebrengt bij de agrarische sector zijn gesprekken moeilijk op dit moment. Het Rijk initieert op dit moment een piekbelasteraanpak.

Tijd

O

Tijd (toelichting)

Het Rijk zal een regeling met betrekking tot piekbelasters opstellen. Dat heeft in 2022 nog niet plaatsgevonden. 

Geld

G

Wij hebben de voorverkenning van de gebiedsgerichte aanpak in de randzones afgerond en hebben een begin gemaakt met de voorbereiding in het gebied

Beleid

O

Beleid (toelichting)

Binnen het Fries Programma Landelijk Gebied (FPLG) zijn er voorwaarden gepresenteerd om tot een goed gebiedsprogramma te komen. Belangrijk is daarbij dat het geld uit het transitiefonds (ruim € 24 miljard) beschikbaar wordt gesteld. De voorverkenning zoals hier aangegeven is was voornamelijk op de stikstof opgave gebaseerd. Vanuit het coalitieakkoord van het kabinet is de opdracht verbreed naar NPLG, met nieuwe opgaven die hebben geleid tot een nieuwe planning. Dit is opgeschoven in de tijd. Dat moet in maart-april 2023 gereed zijn. 

Tijd

O

Tijd (toelichting)

Door een wijziging in de opgaven vanuit het Rijk is er een nieuwe planning ontstaan die niet meer overeenkomt met de planning zoals die bij de provinciale begroting in eerste instantie is voorzien.

Geld

O

Geld (toelichting)

Hoe de financiering van het NPLG voor Fryslân uitpakt is nog niet duidelijk.

Wij stellen het uitvoeringsprogramma op waarin concreet is uitgewerkt wat de stikstofdoelstelling is voor de provincie Fryslân en hoe deze gerealiseerd gaat worden

Beleid

G

Beleid (toelichting)

Het Uitvoeringsprogramma met de stikstofdoelstellingen is op 29 maart 2022 door GS vastgesteld en in mei 2022 door PS geaccordeerd. 

Tijd

G

Geld

G

Doelstellingen beleidsveld 3.1 Landschap en ruimtelijke kwaliteit

Terug naar navigatie - Doelstellingen beleidsveld 3.1 Landschap en ruimtelijke kwaliteit

Wij zorgen ervoor dat Fryslân mooi blijft. Hierbij werken wij samen met gemeenten, Wetterskip, experts, belangengroeperingen en boeren en burgers. We gebruiken daarbij nieuwe werkwijzen zoals De Nije Pleats en de Sinnetafels.  We werken vanuit de Omgevingsvisie De Romte diele  aan onze opgaven en houden de basis op orde. Onze opgave voor het landschap hebben we vastgelegd in een Startnotitie Omgevingsprogramma Landschap. 

In het landelijk gebied vergen voedselproductie, natuur, water, wonen, de productie van duurzame energie, het landschap aanpassen bij de klimaatverandering en recreatie steeds meer aandacht en ruimte ten behoeve van een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. De inzet van het ruimtelijk kwaliteitsteam richt zich dan ook mede op de ontwerpopgaven rondom deze opgaven in combinatie met kwaliteit voor de leefomgeving (brede welvaart). We benutten daarbij de principes uit de Omgevingsvisie en de provinciale belangen uit Grutsk op ‘e Romte. Onze rol verandert de komende tijd van een voorschrijvende en reactief adviserende overheid naar een overheid die samen met partners zoekt naar oplossingen en die proactief adviseert en meedenkt. We gebruiken daarbij de 9 principes uit de Omgevingsvisie De Romte diele.

Daarnaast verandert het landschap ook sluipenderwijs door vele kleine ingrepen. Wij streven naar herstel van landschapselementen die de provinciale kernkwaliteiten, zoals vastgelegd in de structuurvisie Grutsk op ‘e Romte, versterken en het draagvlak voor het Friese landschap vergroten. Om dit draagvlak voor ons landschap nog extra kracht bij te zetten willen wij in 2023 samen met de partners een Friese Landschapstriënnale organiseren.  

Via cofinanciering van het Europese programma POP, onderdeel niet productieve investeringen voor landschap, subsidiëren wij projecten voor het herstel van landschap en in samenhang daarmee voor herstel van natuur en biodiversiteit.

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Via Panorama2028/DeUitkijkers vergroten we de maatschappelijke aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en het Friese landschap door ontwerpend onderzoek

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

We komen, via de inzet van het ruimtelijk kwaliteitsteam, in overleg met partijen, gezamenlijk tot goede oplossingen voor het landelijk gebied. Hierbij maken wij gebruik van werkwijzen zoals De Nije Pleats en de Sinnetafel

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

We stellen een Programma Landschap op waarin we de in de Startnotitie Programma Landschap ingezette koers voor een provinciale rol verder uitwerken. Ook stellen we hierbij een uitvoeringsagenda op om de koers ook daadwerkelijk in het veld zichtbaar

Beleid

G

Tijd

O

Tijd (toelichting)

We zoeken aansluiting met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). De processen van het Programma Landschap en het NPLG zullen dan meer samen op gaan lopen.  In december zijn Provinciale Staten geïnformeerd over dit proces en het tijdpad. 

Geld

G

We subsidiëren de Nationale Landschappen (Noardlike Fryske Wâlden en Stichting Mar en Klif) en Landschapsbeheer Fryslân (LBF) met als doel behoud, beheer en ontwikkeling van de landschappen

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

We zoeken de samenwerking met LF2028 – Arcadia (BOSK) om onze beleidsdoelen op een vernieuwende manier onder de aandacht van de Mienskip te brengen, ook als opmaat naar de Landschapstriënnale 2023

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Prestatie-indicatoren natuur

Terug naar navigatie - Prestatie-indicatoren natuur

Onderwerp

Indicator

Doelwaarde 2022

Realisatie 2022

Natuur

 

 

 

Programma herstel biodiversiteit

Basis op orde Percentage  provinciale programma’s met concrete actiepunten biodiversiteit

25%

25%

 

Kennisplatform: beschikbaarheid beoogde kennis

50%

50%

 

Kennis beschikbaar voor alle doelgroepen

30%

30%

 

Verbindingen realiseren : participerende partijen in uitvoering samenhangend beheer 

15

18

 

Bewustwording en educatie: percentage geïnteresseerde burgers

25%

PM

 

 

Natuurinclusief: Percentage plannen , visies en projecten van Friese overheden met natuurinclusieve paragraaf

25%

n.v.t. Doelwaarde past niet bij doelstelling jaarplan 2022.

Natuur: Weidevogels

Aantal gruttobroedparen

10.000 (2030)

Circa 8.000 (2022)

 

NNN

Hectares verworven (de doelwaarde in 2022 op basis van lineaire programmering, geen realistische planning)

250

195

 

Hectares ingericht

190

414

 

Hectares verkocht

150

53

 

Hectares in beheer binnen NNN

64.473

64.327

 

Hectares in beheer buiten NNN

4.064

4.570

Natura 2000 1e beheerplanperiode

Percentage totaal afgeronde maatregelen, 1e getal is het totaal aantal maatregelen dat binnen de looptijd van het N2000 beheerplan gerealiseerd moet worden (6 jaar = 1e beheerplanperiode).

258 maatregelen (70%)

70%

 

Waarvan het percentage afgeronde stikstofgevoelige maatregelen, 1e getal is het totaal aantal maatregelen, dat binnen de looptijd van het N2000 beheerplan gerealiseerd moet worden (6 jaar = 1e beheerplanperiode).

77 maatregelen (80%)

70%

Natura 2000 1e beheerplanperiode

Vast te stellen beheerplan

1 beheerplan

0 beheerplan

 

Vast te stellen evaluatiedocumenten

14 documenten

4 evaluatiedocumenten (voor de Friese Meren zijn er 3 N2000 gebieden in 1 document gezet en daarnaast is er een evaluatie voor Groote Wielen gemaakt)

Natura 2000 2e beheerplanperiode

Voor te bereiden beheerplannen

13 beheerplannen

3 beheerplannen

 

Vast te stellen beheerplan

1 beheerplan

1 beheerplan

Ganzen

Gewasschade in kg droge stof

5-10% lager dan het gemiddelde van de voorgaande 2 jaren

De schade is 0,7% gestegen.

Terug naar navigatie - Toelichting natuur

Toelichting natuur
Programma Herstel Biodiversiteit - Natuurinclusief
De genoemde indicator en de doelstelling in het jaarplan 2022 van het thema Natuurinclusief Werken komen niet overeen. Een percentage op plannen, visies en projecten met en natuurinclusieve paragraaf bij Friese overheden is daardoor niet eenduidig te geven. De doelstelling in 2022 van het thema Natuurinclusief Werken is om een netwerk op te bouwen en om bouwstenen te ontwikkelen voor een meer natuurinclusieve werkwijze bij de Friese overheden. In 2022 zijn vier van deze netwerkbijeenkomsten geweest en is ingezet op een betere afstemming tussen overheden over hoe biodiversiteit kan worden versterkt.  De bijeenkomsten worden goed bezocht.  

Bewustwording en educatie van geïnteresseerde burgers:  De aangegeven doelwaarde voor 2022 is 25%. Deze indicator is bij nader inzien wat ongelukkig gekozen omdat niet aangegeven staat ten opzichte waarvan die 25% is.  Daarom is een 'PM' aangegeven. Wel is aan te geven wat wel gehaald is. Er zijn ruim 5.000 mensen bereikt, waarvan 1.300 bezoeken aan Atelier Natuerlik Fryslân, 3.000 bezoeken aan Biodiversiteit.frl en circa 800 bezoeken aan Evenementen Biodiversiteit Herstelprogramma. Wij zijn heel tevreden met zoveel geïnteresseerde burgers.

Weidevogels
Als alle acties uit de Nota Weidevogels 2021-2030 worden uitgevoerd is het realistisch dat de achteruitgang van de weidevogelpopulaties wordt gestopt en omgebogen naar een groei. Veel staat in de weidevogelnota genoemd om de achteruitgang tegen te gaan. Behoud van de huidige weidevogelkerngebieden en parels, plus een goede compensatie van verloren gegane gebieden en vooral het voorkomen van predatie zijn hele belangrijke hoofdpunten voor het behoud van de weidevogels. Daarnaast is steun vanuit de overheden erg wenselijk.

NNN
Voor  2022 is 414 ha als ingericht opgenomen. Dit zijn vooral hectares die al eerder zijn ingericht maar nu als gerealiseerd in de cijfers zijn opgenomen, dit betreft o.a. 162 ha Oude Willem, 52 ha in Alde Feanen, 59 ha in Beekdal Linde en 140 ha in Koningsdiep.  Aangezien deze hectares al een periode zijn ingericht en de administratieve gereedmelding nog niet aan de orde is (bijvoorbeeld omdat de inrichting onderdeel is van een module of nog wacht op de financiële afsluiting van het gehele project) is besloten om deze hectares nu als ingericht op te nemen.  De geraamde 190 ha voor 2022 was gekoppeld aan projecten die in 2022 tot realisatie zouden komen; de gereedmelding van deze hectares schuift grotendeels door naar 2023. Belangrijkste oorzaak is dat er meer tijd nodig was om een project te starten en af te ronden, o.a. omdat de uitvoering meer tijd kost dan vooraf was geraamd.

Er is in 2022 53 ha binnen het NNN verkocht. Dit is minder dan de geraamde 150 ha. De voorbereidingen voor verkoop zijn wel gestart, maar de daadwerkelijke verkoop zal in 2023 plaatsvinden. O.a. vanwege het Didam arrest moeten de te verkopen provinciale gronden gepubliceerd worden. Dit vergt meer tijd.

Er is in 2022 195 ha binnen het NNN aangekocht. Dit betreft 180 ha via de SKNL (openstellingen voor particulier natuurbeheer  in 2020 en 2021) en 15 ha reguliere aankoop. De openstelling SKNL in 2021 voor alle prioriteiten binnen het NNN op basis van de oude regeling (max. 85% afwaardering) heeft er voor gezorgd dat er in verhouding tot andere openstellingen veel belangstelling was en er relatief veel natuur binnen NNN is gerealiseerd. De geraamde 250 ha aankoop/functiewijziging in 2022 is niet gehaald, deze was ook berekend op basis van een lineaire programmering. Op basis van vrijwilligheid blijft het lastig om een goede inschatting te maken. 

Natura 2000
In het overzicht is opgenomen dat er in 2022 nog een beheerplan 1e beheerplanperiode zou worden vastgesteld. Zoals ook in de 2e BERAP benoemd is dit per abuis opgenomen, aangezien de beheerplannen voor de 1e beheerplanperiode al eerder door GS zijn vastgesteld. In 2022 is het beheerplan Groote Wielen voor de 2e beheerplanperiode vastgesteld. In 2022 is gestart met de voorbereiding van het beheerplan Friese Meren, dit bevat  drie Natura 2000 gebieden: Oudegaasterbrekken, Fluessen e.o., Witte en Zwarte Brekken en het Sneekermeergebied.  De voorbereiding van de overige Natura 2000 beheerplannen is doorgeschoven, mede omdat deze beheerplannen zijn verlengd en de inzet is verschoven naar het opstellen van de natuurdoelanalyses. De evaluatiedocumenten voor Groote Wielen en de Friese Meren ( voor drie gebieden) is in 2022 afgerond. Doordat in 2022 duidelijk werd dat er natuurdoelanalyses voor de stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden opgesteld moeten worden, is het opstellen van de overige evaluatiedocumenten (10 documenten) verschoven naar 2023 e.v. In het overzicht was de inschatting opgenomen dat 80% van de stikstofgevoelige Natura 2000 maatregelen uitgevoerd zou zijn. Onze inschatting is dat dit 70% i.p.v. 80% is: een aantal maatregelen heeft meer tijd nodig voor uitvoering of is uitgesteld omdat er vanuit programma natuur of andere regelingen maatregelen zijn opgepakt.

Ganzenschade
Vanaf seizoen 2017 - 2018 is de ganzenschade aan voorjaarsgras in kilogram droge stof min of meer gestabiliseerd. Er is geen duidelijke oorzaak aan te wijzen voor het feit dat de schade niet is gedaald. Het totaal aantal ganzen is vergelijkbaar met voorgaand seizoen. Variabele invloeden als temperatuur, regenval, begrazing door muizen spelen in samenspel met elkaar ook een rol. Geen van deze factoren kan afzonderlijk aangewezen worden als oorzaak van de schadeontwikkeling. 

Prestatie-indicatoren stikstof

Terug naar navigatie - Prestatie-indicatoren stikstof

Onderwerp

Indicator

Doelwaarde 2022

Realisatie 2022

Stikstof

 

 

 

Natuurherstel stikstofgevoelige N2000 gebieden

% te herstellen oppervlakte volgens uitvoeringsprogramma natuur

 50%

-

Gebiedsgerichte aanpak (GGA): Gebiedsplannen gereed

Aantal gebieden

 11

0

Stikstof depositie bank (SDB)

Stikstof depositie bank (SDB) operationeel

 100%

100%

De opkoopregeling

Aantal bedrijven dat is aangekocht

2

2
Terug naar navigatie - Toelichting stikstof

Toelichting stikstof
Voor wat betreft de te herstellen natuur vanuit het uitvoeringsprogramma Natuur is 2022 vooral gebruikt voor de planvoorbereiding.  De uitvoering ter plekke zal veelal vanaf 2023 plaatsvinden, vandaar dat nog geen % voor 2022 is weergegeven.

Er zijn nog geen gebiedsplannen gereed. De reden hiervoor is dat het kabinet aanvullende opgaven heeft opgesteld via het NPLG waardoor er verbreding van de opgaven en daardoor vertraging van het proces is opgetreden. Daardoor is het nog niet mogelijk om gebiedsplannen op te stellen.

Prestatie-indicatoren landschap en ruimtelijke kwaliteit

Terug naar navigatie - Prestatie-indicatoren landschap en ruimtelijke kwaliteit

Onderwerp

Indicator

Doelwaarde 2022

Realisatie 2022

Landschap en ruimtelijke kwaliteit

Samenwerking t.b.v. ruimtelijke kwaliteit via Omgevingstafels

Aantal omgevingstafels

6

6

Advies ruimtelijke kwaliteit

Percentage provinciale projecten met ruimtelijke impact waarover het ruimtelijke kwaliteitsteam advisering heeft gedaan.

100%

100%

 

Aantal grote gemeentelijke projecten waarover wordt geadviseerd

20

20

Landschapsherstel (POP)

Aantal landschapsherstelprojecten in het kader van POP

3

3

Wat heeft het gekost?

Terug naar navigatie - Wat heeft het gekost?
Exploitatie - Bedragen x € 1.000 Realisatie 2021 Begroting 2022 na wijziging Rekening 2022 Saldo begroting en rekening
Lasten
Structurele budgetten 10.371 11.521 11.590 -69
Tijdelijke budgetten 4.094 5.567 5.641 -74
Reserves 39.344 66.471 50.367 16.103
Overlopende passiva 1.879 9.866 9.272 594
Totaal lasten 55.689 93.424 76.870 16.554
Baten
Structurele budgetten 229 220 253 -33
Tijdelijke budgetten 0 200 19 181
Reserves 5.190 6.388 3.634 2.754
Overlopende passiva 1.879 9.866 9.272 594
Totaal baten 7.298 16.673 13.177 3.496
Saldo van lasten en baten 48.391 76.750 63.692 13.058
Mutatie reserves 10.047 -15.370 -2.020 -13.350
Mutatie tijdelijke budgetten -637 -64 -356 292
Resultaat van lasten en baten 57.801 61.316 61.317 0
Terug naar navigatie - Toelichting

Toelichting
Per saldo is er geen onder- of onderbesteding  op dit beleidsveld. 

Structurele budgetten
De hogere lasten van € 69.000, – worden met name veroorzaakt door de bijdrage aan het IPO voor de kerntaak 3 Vitaal platteland. Bij de voorjaarsnota van het IPO is de bijdrage verlaagd voor dit onderdeel alleen is bij de maandelijkse verwerking van onze bijdrage is dezelfde verhouding gebruikt. De verlaging is nu verantwoord op programma 1 bestuurlijke samenwerking. 

Tijdelijke budgetten
De hogere last van € 74.000,- is een saldo van verschillende tijdelijke budgetten.  Het budget Biodiversiteit heeft een overbesteding van € 198.000,-. Dit wordt mede veroorzaakt doordat de proceskosten 2023 voor de trekkers van de Agenda Biodiversiteit eind 2022 zijn beschikt. Het budget Weidevogels predatiebeheer heeft een overbesteding van € 113.000,-. In 2022 was meer vraag naar onderzoek en uitvoering predatiebeheer dan bij de 2e berap is ingeschat. Via de reserve tijdelijke budgetten zijn de beide overbestedingen verrekend met de budgetten van 2023. Het opengestelde subsidieplafond 2022-2024 voor de wolvenactie heeft nog een ruimte van € 181.000,-, dit budget is nog beschikbaar in 2023 en 2024.  Verder betreft het vrijval van vier budgetten, samen € 55.000,–.

De bijdrage voor het tijdelijke budget wolvenactie komt uit de reserve Natuurpact, hierdoor ontstaat een onderbesteding aan de batenkant van € 181.000,-. 

Reserves
Aan de lastenkant is het saldo van de onderbesteding van de reserves € 16,1 mln. Dit betreft een onderbesteding op de onderwerpen Natuurpact (€ 11 mln.), Aankopen Natuur- en Landschapsherstel (€ 2,2 mln.), Breed cofinancieringsbudget POP3 Uitvoeringskosten (€ 1,5 mln.) en De Nieuwe Afsluitdijk – Vismigratierivier (€ 1,4 mln.). Aan de batenkant is er € 2,7 mln. minder gerealiseerd dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door de onderwerpen De Nieuwe Afsluitdijk – Vismigratierivier (€ 3 mln. minder gerealiseerd) en door het Natuurpact (€ 0,3 mln. meer gerealiseerd).
De verklaring van de afwijkingen aan de lasten- en batenkant wordt gegeven in de paragraaf Grote projecten.

De onderbesteding bij de Natuurpactmiddelen en Aankopen Natuur- en Landschapsherstel betreft onder andere de openstelling van de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap (SKNL) voor een bedrag van € 5,9 mln. De beschikkingen (€ 12,7 mln.) zijn met opschortende voorwaarden uitgegeven eind 2021, de verwachting is dat het restant van € 5,4 mln. in 2023 wordt uitbetaald. In eerste instantie was bij de 2e berap de verwachting dat het volledige bedrag in 2022 tot uitbetaling zou komen. Het vastleggen van de kwalitatieve verplichting van de SKNL bij de notaris is in 2022 door externe factoren niet bij alle beschikkingen gelukt. Daarnaast blijft de verwerving en inrichting van het NNN achter op de oorspronkelijke planning (€ 3,5 mln. in 2022). De samenwerking met Natuer mei de Mienskip (NmdM) is in 2022 gestart. Er zijn budgetten beschikbaar gesteld vanuit het Natuurpact. In deze opstartfase zijn nog niet alle beschikbare budgetten tot besteding gekomen. De N2000-projecten zijn nog niet volledig tot uitvoering gekomen door vertraging in de realisatie van de maatregelen. Daarnaast zijn nog niet alle POP3 bijdragen verrekend, zoals bij de N2000 beheerplannen Friese Meren en Terschelling. Dit leidt tot een onderbesteding van € 5,3 mln. Bij de 2e berap waren deze punten nog onzeker en daarom is de begroting op dat moment niet aangepast, in 2023 wordt dit verder uitgewerkt. De niet bestede middelen blijven onderdeel van de reserves. 

Overlopende passiva (OP)
Per saldo is er een onderbesteding van € 594.000,-. De OP Programma Natuur heeft een onderbesteding van € 1,9 mln. Binnen het programma worden de maatregelingen in de meeste gevallen uitgevoerd door de terreinbeherende organisaties (TBO's). Op verzoek van de TBO's worden de middelen via een SKNL subsidie beschikbaar gesteld. Dit proces heeft meer tijd gevraagd dan verwacht, in 2023 worden de beschikkingen afgegeven. De overbesteding bij de OP Nog af te sluiten Weidevogel compensatie van € 1,3 mln. is eind 2022 ontstaan door het in beeld brengen van alle verplichtingen aan grondeigenaren en de verwachte verhogingen van de vergoedingen in de toekomst. Deze analyse heeft geleid tot een aanvulling van de middelen vanuit de reservering Nog af te sluiten Weidevogel compensatie aan OP Weidevogelcompensatie. Vanuit deze middelen worden de grondeigenaren gecompenseerd. Verder zijn er enkele kleine over- en onderbestedingen. Alle verschillen in bestedingen zijn verrekend met de al ontvangen bijdrage

Uitgebreide financiële tabel

Terug naar navigatie - Uitgebreide financiële tabel
GS budgetautorisatie - Bedragen x € 1.000 Realisatie 2021 Begroting 2022 Besteding 2022 Saldo 2022
Lasten
Beheersgelden EHS 94 0 12 -12
Beheersgelden gronden infraprojecten 0 24 0 24
Beheersvergoedingen binnen EHS 7.691 7.895 7.908 -13
BFVW Bond van Friese Vogelwachten 98 152 152 0
Faunabeheereenheid budgetsubsidie 0 305 304 0
Groene wetten 282 306 309 -3
Implementatie beleid landelijk gebied 0 0 0 0
IPO bijdrage 144 690 766 -76
It Fryske Gea 853 866 865 0
It Fryske Gea toezicht Friese IJsselmeerkust 155 169 155 14
IVN consulentschap Fryslan 193 195 195 0
LBF Basisorganisatie 264 268 268 0
Nationaal landschap 103 112 112 0
Nationale parken basisfinanciering 220 223 223 0
Natuurnota werkplannen adviezen natuurmonitoring 45 44 46 -2
Onderhoudsbudget Wolvetinte 2 6 7 -1
Preventie wildongevallen 0 34 25 9
Proceskosten algemeen 14 14 15 -1
Vergunningen waddenzee 0 0 0 0
Wadlopen provinciale bijdrage 37 37 37 0
Weidevogels 177 182 192 -10
Wet Natuurbescherming 0 0 0 0
Structurele budgetten 10.371 11.521 11.590 -69
Biodiversiteit 181 1.200 1.398 -198
Faunabeheereenheid budgetsubsidie 300 0 0 0
Gebiedsontwikkeling Franekeradeel-Harlingen 1.001 995 995 0
Invasieve exoten bestrijding 0 0 0 0
Kaderrichtlijn water 0 333 333 0
Procesmiddelen NP Drents Friese Wold 150 0 0 0
Provinciale wolvenacties 17 223 38 185
Reparatie rente en aflossing convenantsleningen Groenfonds 1.305 1.305 1.305 0
Uitvoering werkplan weidevogels 967 732 719 13
Weidevogelbeheer 174 479 441 38
Weidevogels predatiebeheer 0 300 413 -113
Tijdelijke budgetten 4.094 5.567 5.641 -74
Aankopen natuur en landschapsherstel 235 2.936 698 2.238
De Nieuwe Afsluitdijk 1.449 3.457 2.082 1.376
Gebiedsontwikkeling Franekeradeel-Harlingen 224 0 0 0
Investeringskader Waddengebied projecten 460 738 736 2
IPO kassiersfunctie 134 0 0 0
Natuurpact 2014 34.844 55.577 44.569 11.009
POP 3 Uitvoeringskosten 1.998 3.762 2.283 1.479
Reserves 39.344 66.471 50.367 16.103
All4 Biodiversity 15 30 38 -8
Grassbird Habbitats 78 150 87 63
Life Alde Feanen N2000 0 30 0 30
Natuurpact 2014 -23 1.450 1.461 -11
Nog af te sluiten weidevogelcompensatie 1 132 1.464 -1.333
NPLG Nationaal Programma Landelijk Gebied 0 200 276 -76
POP3 ANLB Leefgebied water 161 0 52 -52
Programma Natuur 699 7.500 5.636 1.864
Regiodeal 713 100 14 86
Versnellingsvoorstellen 0 10 0 10
Wadlopen 110 114 116 -1
Weidevogelcompensatie 125 150 129 21
Overlopende Passiva 1.879 9.866 9.272 594
Totaal lasten 55.689 93.424 76.870 16.554
Baten
Vergunningen waddenzee 14 15 27 -11
Weidevogels 0 0 8 -8
Wet Natuurbescherming 215 205 218 -13
Structurele budgetten 229 220 253 -33
Provinciale wolvenacties 0 200 19 181
Tijdelijke budgetten 0 200 19 181
Aankopen natuur en landschapsherstel 0 0 0 0
All4 Biodiversity 70 370 370 0
De Nieuwe Afsluitdijk 1.412 4.993 1.939 3.053
Natuurpact 2014 3.681 1.025 1.324 -299
POP 3 Uitvoeringskosten 27 0 0 0
Reserves 5.190 6.388 3.634 2.754
All4 Biodiversity 15 30 38 -8
Grassbird Habbitats 78 150 87 63
Life Alde Feanen N2000 0 30 0 30
Natuurpact 2014 -23 1.450 1.461 -11
Nog af te sluiten weidevogelcompensatie 1 132 1.464 -1.333
NPLG Nationaal Programma Landelijk Gebied 0 200 276 -76
POP3 ANLB Leefgebied water 161 0 52 -52
Programma Natuur 699 7.500 5.636 1.864
Regiodeal 713 100 14 86
Versnellingsvoorstellen 0 10 0 10
Wadlopen 110 114 116 -1
Weidevogelcompensatie 125 150 129 21
Overlopende Passiva 1.879 9.866 9.272 594
Totaal baten 7.298 16.673 13.177 3.496
Saldo van lasten en baten 48.391 76.750 63.692 13.058

Beleidsveld 3.2 Landbouw

Wat wilden we bereiken?

Terug naar navigatie - Wat wilden we bereiken?

Doelstellingen beleidsveld 3.2

Terug naar navigatie - Doelstellingen beleidsveld 3.2

De agrarische sector is voor Fryslân van groot economisch belang zowel voor de werkgelegenheid en export als voor kennisontwikkeling en innovatie. Naast producent van voedsel is de landbouw ook gebruiker en tegelijk de belangrijkste beheerder van het landelijk gebied. De landbouw bepaalt in sterke mate het aanzicht van het landschap, draagt bij aan de biodiversiteit en aan een leefbaar en aantrekkelijk platteland. De agrarische sector is van groot belang voor brede welvaart in Fryslân en ontwikkelingen in de landbouw zijn mede bepalend voor de totale leefomgeving.

Overeenkomstig het bestuursakkoord is het onze ambitie dat de landbouw in 2025 duurzaam en natuurinclusief is. Dat is een landbouw die grondgebonden en circulair is, bijdraagt aan herstel van biodiversiteit, maatschappelijk draagvlak heeft en duurzaam economisch renderend.

We willen de landbouwsector helpen om van een viersterren landbouw een vijfsterren landbouw te maken, waarbij de vijfde ster een groene ster is. Daarbij staat kwalitatieve groei voorop en willen we het spanningsveld tussen landbouw en andere maatschappelijke wensen doorbreken. Daarbij is het van cruciaal belang dat boeren een levensvatbaar bedrijfsmodel kunnen vinden.

De ontwikkelingen van de agrarische sector worden vooral bepaald door Europa en het Rijk. Van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouw Beleid van de EU (GLB-beleid vanaf 2021) wordt verwacht dat daarin duurzaamheid, natuurinclusief en vergroening een essentiële rol zullen spelen. De rol van de provincie is vooral om vernieuwingen te faciliteren en te ondersteunen. Daarnaast ligt een belangrijke rol bij de hele agrofoodketen van boeren tot consument.

Als provincie willen we de transitie van de landbouw begeleiden binnen de kaders van het klimaatakkoord, de problematiek van het terugdringen van emissies w.o. stikstof en de veenweideproblematiek. We willen voor Fryslân hierin een voorbeeldfunctie vervullen door in te zetten op aansluiting bij Europees- en Rijksbeleid, samen te werken in netwerken, gebiedsgericht werken en kennisontwikkeling/innovatie die vraag gestuurd is.

Dairy Valley / - Campus wordt via het economisch programma ondersteund als integrale inzet op agrofood (zie voor doelen en resultaten bij beleidsveld 4.3 Economische structuurversterking)

De aanpak van stikstof wordt voor de komende jaren een belangrijk thema. Het opgaventeam Landbouw krijgt hier een belangrijke rol in. Zoveel mogelijk met externe partijen, de sector en partners (in en extern) wordt bedacht hoe dit te organiseren

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

In navolging van 2021 formuleren met inbreng van stakeholders een integrale landbouwagenda

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Naast de concrete aandacht voor de landbouwagenda zoeken we ook de verbindingen met andere beleidsthema’s en -velden gekoppeld aan de landbouw. Ook vanuit de vraagkant vanuit deze beleidsthema’s zal landbouw betrokken zijn

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Openstellen van maatregelen uit het POP3 Transitieprogramma voor 2022

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Potato Valley is een toegankelijk en essentieel kenniscentrum geworden op het gebied van zilte teelt en biedt ondernemers perspectief op nieuwe verdienmodellen

Beleid

G

Tijd

O

Tijd (toelichting)

Met de oprichting van de 'Stichting Kenniscluster voor verziltingsvraagstukken in Delta's' heeft GS op  24-01-23 ingestemd.  Op twee februari 2023 is de officiële  realisatie met een symposium gevierd.  De oprichting was beoogd in Q4. Het verkrijgen van voldoende draagvlak vergde een zorgvuldig proces en daarmee tijd. Uiteindelijk vond realisatie in Q1 2023 plaats. 

Geld

G

Verbinding zoeken met andere beleidsthema’s kan er ook toe leiden dat gezamenlijk naar financiering van de gekoppelde doelen kan worden gezocht

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

We leveren in 2022 inbreng en lobby’en voor het Nationaal Strategisch Plan, dat op rijksniveau opgesteld wordt, zodat nieuwe GLB-regelingen optimaal inzetbaar zijn voor Fryslân.

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

We stellen de maatregel Jonge Boeren regeling in het POP3 programma (vanaf eind 2020) open

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

We voeren de regiodeal Noord Nederland natuurinclusieve Landbouw uit via drie pijlers: 1. een gebiedsgerichte aanpak, 2. het ontwikkelen van instrumentarium, 3. inzet op netwerk en communicatie

Beleid

G

Tijd

G

Tijd (toelichting)

Qua tijd licht de  uitvoering op schema. De regiodeal is met een jaar verlengd tot en met 2024. 

Geld

O

Geld (toelichting)

De verstrekte opdrachten worden uitgevoerd. Pas na uitvoering worden de kosten gedeclareerd. 

We werken samen met de partners in de Agro Agenda aan het kwaliteits-/streefbeeld 2030

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Prestatie-indicatoren

Terug naar navigatie - Prestatie-indicatoren

Onderwerp

Indicator

Doelwaarde 2022

Realisatie 2022

Landbouwagenda

Uitvoering geven aan de door PS vastgestelde Landbouwagenda 

In samenwerking met de stakeholders uitvoering geven aan een vastgesteld programma

Uitvoering gegeven aan de  landbouwagenda 

Stikstof

Landbouw neemt namens de provincie de lead in de stikstofproblematiek

Met de sector breed betrekken, optimaal communiceren en komen tot een concrete aanpak

Sector is breed betrokken voor zover mogelijk.  Aanpak gedefinieerd in uitvoeringsprogramma Stikstof

Regiodeal natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland

Halfjaarlijks (in juli en december) wordt een voortgangsrapportage opgesteld (2) 

Gereed

1

Kenniscentrum Verzilting

Het Kenniscentrum Verzilting komt in samenwerking met betrokken partijen tot stand

Gereed Q1

Is Q1 2023 geworden

Jonge boeren regeling

Subsidie in relatie tot investeringsomvang (multiplier)

Tenminste 1

2,3

Terug naar navigatie - Toelichting

Toelichting
Landbouwagenda
In september 2021 is de landbouw agenda met een programma van 9 prioritaire actiepunten vastgesteld. In 2022 is uitvoering gegeven aan deze actiepunten door bijeenkomsten met stakeholders te organiseren en gezamenlijk concreet te maken welke acties worden ondernomen. Per actiepunt zijn, indien gewenst opdrachten verstrekt aan stakeholders om verdere concrete uitvoering te geven. 

Indicator 1 landbouwagenda - Realisatie wordt gegeven aan 1 landbouwagenda

Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw
Er is in 2022 één voortgangsrapportage opgesteld. Deze had betrekking  op Q3 2021 t/m Q2 2022Dit betrof de derde voortgang.  srapportage van de Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw. Wij volgen hiermee de voortgangsrapportages vanuit het regioteam (programmamanagement van de Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw). 

Kenniscentrum Verzilting
Voorgenomen was om in Q4 2022 tot oprichting over te kunnen gaan. Het verkrijgen van draagvlak bij en toezeggingen voor partnerschap bij andere overheden, kennisinstellingen en bedrijfsleven vergde een zorgvuldig proces. In Q1 2023 is de Stichting kenniscluster voor verziltingsvraagstukken in Delta's  tot stand gekomen met betrokken partijen. 

Jong boeren regeling
De subsidie bij Jola betreft maximaal 30%. Dit betekent een eigen bijdrage van 70%. Dit is een multiplier van 2,3. 

Wat heeft het gekost?

Terug naar navigatie - Wat heeft het gekost?
Exploitatie - Bedragen x € 1.000 Realisatie 2021 Begroting 2022 na wijziging Rekening 2022 Saldo begroting en rekening
Lasten
Tijdelijke budgetten 2.156 975 1.413 -438
Reserves 1.213 3.738 2.473 1.265
Overlopende passiva 464 0 245 -245
Totaal lasten 3.833 4.713 4.131 582
Baten
Tijdelijke budgetten 126 0 -2 2
Reserves 496 167 668 -502
Overlopende passiva 464 0 245 -245
Totaal baten 1.085 167 911 -745
Saldo van lasten en baten 2.747 4.546 3.220 1.326
Mutatie reserves 2.364 -1.570 197 -1.766
Mutatie tijdelijke budgetten -608 -434 -939 505
Resultaat van lasten en baten 4.503 2.543 2.478 65
Terug naar navigatie - Toelichting

Toelichting
Per saldo is er een resultaat van € 65.000,- op dit beleidsveld. Dit is als volgt te verklaren:
 
Tijdelijke budgetten
Er is onderbesteding en vrijval op het budget Transitie Natuurinclusieve landbouw van € 30.000. Ook is er onderbesteding op het budget Landbouwagenda Dairy Valley van   € 14.000 en op het budget GLB congres van € 24.000. Op de Regiodeal heeft overbesteding plaatsgevonden. Penvoerder Groningen heeft over 2022 € 512.000 meer opgevraagd als cofinanciering dan was begroot. In 2022 zijn de projecten Schiermonnikoog en Veenweide beschikt waardoor een hogere dan begrote cofinancieringsbijdrage is opgevraagd. Via de reserve tijdelijke budgetten wordt de overbesteding verrekend met 2023.
 
Reserves
De onderbesteding op de lasten reserves betreft de POP3 maatregelen. Vooral maatregel 7 innovaties (€ 673.000) en maatregel 2 fysieke investeringen (€ 1.119.000). De declaraties RVO op de verschillende maatregelen hebben nog niet in 2022 plaatsgevonden.
De hogere bate in de reserves betreft de hogere dan begrote ontvangst van middelen voor uitvoeringskosten POP3. € 542.000.
De mutatie reserves betreft het doorschuiven van deze cofinanciering op de POP3 maatregelen.

Uitgebreide financiële tabel

Terug naar navigatie - Uitgebreide financiële tabel
GS budgetautorisatie - Bedragen x € 1.000 Realisatie 2021 Begroting 2022 Besteding 2022 Saldo 2022
Lasten
AgroAgenda Noord Nederland 75 75 75 0
Congres GLB/SFW 82 41 17 24
Dutch Dairy Centre 0 58 50 8
Landbouwagenda met Dairy Valley 54 60 46 14
Living Lab duurzame akkerbouw SPNA 504 0 0 0
Locatie veemarkt 50 0 0 0
Potato Valley 58 0 0 0
Regiodeal 1.080 573 1.085 -512
Transitie natuurinclusieve landbouw 252 169 139 29
Tijdelijke budgetten 2.156 975 1.413 -438
Interreg projecten 1 0 0 0
Landelijk Gebied POP 3 1.082 3.825 903 2.922
POP 3 Agrarisch natuur en landschapsbeheer 117 0 1.559 -1.559
POP 3 Overcommittering 0 -155 0 -155
Rendementsderving leningen muizenplaag 13 13 12 2
Uitvoering en technische ondersteuning SNN en RVO 0 55 0 55
Reserves 1.213 3.738 2.473 1.265
Bodemleernetwerk Noordelijke kleischil 0 0 25 -25
Experiment strorijke stalmest 185 0 0 0
POP3 Subsidie kavelruil 279 0 220 -220
Overlopende Passiva 464 0 245 -245
Totaal lasten 3.833 4.713 4.131 582
Baten
Congres GLB/SFW 94 0 -10 10
Regiodeal 32 0 8 -8
Tijdelijke budgetten 126 0 -2 2
Rente leningen muizenplaag 16 17 14 2
Uitvoering en technische ondersteuning SNN en RVO 480 150 654 -504
Reserves 496 167 668 -502
Bodemleernetwerk Noordelijke kleischil 0 0 25 -25
Experiment strorijke stalmest 185 0 0 0
POP3 Subsidie kavelruil 279 0 220 -220
Overlopende Passiva 464 0 245 -245
Totaal baten 1.085 167 911 -745
Saldo van lasten en baten 2.747 4.546 3.220 1.326

Beleidsveld 3.3 Veenweide

Wat wilden we bereiken?

Terug naar navigatie - Wat wilden we bereiken?

Doelstellingen beleidsveld 3.3

Terug naar navigatie - Doelstellingen beleidsveld 3.3

In het Friese veenweidegebied daalt de bodem. Oorzaak is de ontwatering van het veen, waardoor er zuurstof bij komt en het veen langzaam afbreekt (oxideert). Het grootste deel hiervan verdwijnt als CO2 in de lucht. Als er geen maatregelen worden genomen is het veen in Fryslân aan het eind van deze eeuw verdwenen. Tegelijkertijd heeft de bodemdaling veel negatieve effecten: woningen, wegen en riolering verzakken, natuurgebieden komen steeds hoger te liggen ten opzichte van omliggend agrarisch gebied en verdrogen, de kwaliteit van het landschap verandert, er moet steeds meer water weggepompt worden om gronden geschikt te houden voor landbouw, waardoor grondwaterstanden lager en lager worden.

Onze ambitie voor de lange termijn (2050) is een blijvend evenwicht, waarin veenafbraak, bodemdaling en CO2-uitstoot nagenoeg zijn gestopt. De kwaliteit van landschap en natuur zijn verbeterd. Ook de leefbaarheid en vitaliteit staan op een hoog peil; de landbouw heeft zich aangepast aan de veranderde omstandigheden en recreatie en toerisme hebben zich verder ontwikkeld. Om tot deze ambitie te komen richten we ons voor 2030 op de volgende veenweidedoelen:

  1. De negatieve effecten van bodemdaling zijn verminderd (gemiddeld 0,2 cm minder bodemdaling per jaar): Enerzijds door de absolute bodemdaling te beperken, anderzijds door de negatieve effecten te beperken, mitigeren of te compenseren. Dit moet ertoe leiden dat schade aan woningen, wegen en infrastructuur wordt beperkt, de stijging van kosten van waterbeheer in het gebied ook in de toekomst beperkt blijft, de verdroging van natuurgebieden is afgenomen, en het landschap en de cultuurhistorie van het veenweidegebied herkenbaar blijven.
  2. De uitstoot van broeikasgassen uit de veenbodem is in 2030 met 0,4 megaton CO2 equivalenten per jaar afgenomen.
  3. De landbouw heeft een duurzaam toekomstperspectief.
  4. Het watersysteem is waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. 

De invulling van de doelstellingen vindt plaats in gebiedsprocessen. Daarbij is maatwerk cruciaal. De structurele veranderingen die nodig zijn vragen een integrale benadering en brede samenwerking tussen partijen in en buiten het gebied. Dit doen we via een gebiedsgerichte aanpak. De Veenweideproblematiek is bij uitstek een integrale opgave. Hoe graag we ook willen; niet alle doelstellingen zijn al concreet in resultaten te vertalen. Wij zijn mede afhankelijk van de dynamiek in de samenleving en de middelen die het Rijk beschikbaar stelt. Op dit moment zijn de volgende middelen beschikbaar voor het programma binnen verschillende organisaties die onderdeel zijn van het programma:


NB: bovenstaande bedragen zijn beschikbaar voor het programma maar staan niet allemaal op de provinciale begroting.

Door maximaal in te zetten op dynamische programmering en financiering wordt deze bestuursperiode gestreefd naar een zo groot mogelijk resultaat bij bovenstaande doelstellingen. Dynamisch programmeren en financieren wil zeggen dat we een aanpak opstellen, maar deze niet voor lange tijd helemaal vastleggen. We brengen initiatieven en projecten op gang en zoeken daar werkende weg (aanvullende) financiering bij. Daarbij zoeken we naar een mix van publieke en private middelen.

In 2021 is het Veenweideprogramma 2021 – 2030 door Provinciale Staten en het Algemeen Bestuur van Wetterskip Fryslân vastgesteld. In het najaar van 2021 stellen de zeven veenweidegemeenten het Veenweideprogramma 2021-2030 vast. De uitvoering van het Veenweideprogramma 2020-2030 krijgt vorm in een netwerkorganisatie, waarin de provincie, het Wetterskip, gemeenten, ANWB (namens de recreatiepartijen), de landbouwpartijen, en de Friese Milieufederatie en natuurorganisaties participeren. 

Met het uitvoeren van de maatregelen zoals beschreven in het Veenweideprogramma 2021-2030 werken we als Provincie ook aan de toepassing van de ‘Sustainable Development Goals’ van de Verenigde Naties. Door de uitstoot van CO2 te verminderen werken we aan lokale, nationale en internationale klimaatdoelstellingen (SDG 13: ‘Climate action’). De Veenweideopgave benaderen we daarnaast niet alleen, maar in samenwerking met betrokken stakeholders (SDG 17: ‘Partnerships for the goals’). 

De eerste herijking van het Veenweideprogramma 2021-2030 vindt plaats en wordt ter besluitvorming aangeboden. In deze herijking wordt in ieder geval ingegaan op drie onderdelen, namelijk:

Beleid

G

Tijd

R

Tijd (toelichting)

Vanwege de ontwikkelingen rondom het NPLG is de herijking van de CO2 reductiedoelstelling voor het veenweidegebied in overleg met het Bestjoerlik Oerlis Feangreide (BOF) opgeschoven tot medio 2023. De besluitvorming zal nu plaats vinden als onderdeel van de vaststelling van het gebiedsplan dat de provincie moet maken voor het NPLG. 

Geld

G

De reductiedoelstelling voor het Friese veenweidegebied op basis van de landelijke verdeling van de opgave om in de veenweidegebieden 1 megaton CO2 equivalenten te verminderen

Beleid

O

Beleid (toelichting)

Vanwege de ontwikkelingen rondom het NPLG is de herijking van de CO2 reductiedoelstelling voor het veenweidegebied in overleg met het Bestjoerlik Oerlis Feangreide (BOF) uitgesteld tot medio 2023. De besluitvorming zal nu plaats vinden als onderdeel van de vaststelling van het gebiedsplan dat de provincie moet maken voor het NPLG.

Tijd

G

Geld

G

Er wordt een vervolg gegeven aan de ontwikkeling van technische innovatie in de gebiedsprocessen. Komend jaar vinden pilots, demonstraties en praktijkproeven plaats om de veenoxidatie, bodemdaling en CO2-emissie te reduceren.

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Eventuele aanvullende vormen van ondersteuning en de toekomstige inrichting van hoogwatercircuits voor de funderingsproblematiek

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

In de uitvoering hebben we het programma in 2021 ingericht op basis van programmalijnen (PL) en dit bouwen we verder uit

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Of de veengebieden met een veenpakket dunner dan 80 cm (inclusief moerige gronden) en de veengebieden met een dik kleidek (dikker dan 40 cm) ook een bijdrage moeten leveren aan de taakstelling die is afgesproken in het klimaatakkoord,

Beleid

G

Tijd

O

Tijd (toelichting)

Vanwege de ontwikkelingen rondom het NPLG is de herijking van de CO2 reductiedoelstelling voor het veenweidegebied in overleg met het Bestjoerlik Oerlis Feangreide (BOF) uitgesteld tot medio 2023. De besluitvorming zal nu plaats vinden als onderdeel van de vaststelling van het gebiedsplan dat de provincie moet maken voor het NPLG. Daarmee kan ook geen besluit worden genomen of de veengebieden met een veenpakket dunner dan 80 cm (inclusief moerige gronden) en de veengebieden met een dik kleidek (dikker dan 40 cm) ook een bijdrage moeten leveren aan de taakstelling die is afgesproken in het klimaatakkoord. 

Geld

G

PL 1: Waterbeheer en klimaatadaptatie

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

PL 2: Bodem en grondgebruik

Beleid

G

Tijd

G

Geld

R

Geld (toelichting)

De uitvoering van deze programmalijn ligt voor op schema. Hierdoor is het budget voor 2022 overschreden met ca. € 700.000. De overschrijding wordt verrekend met het budget voor 2023.  

PL 3: It Nije Buorkjen

Beleid

O

Beleid (toelichting)

Er is nog geen uitgewerkt duurzaam perspectief na peilverhoging voor de melkveehouderij in het veenweidegebied. Dit is namelijk onder andere afhankelijk van de lessen uit de praktijksimulatie van het flankerend beleid, en definitieve ontwerp flankerend beleid en de beschikbaarheid van grond om de boeren te kunnen compenseren.  Dit vormt het fundament om de doorontwikkeling te kunnen maken naar een duurzaam perspectief voor de melkveehouderijen in het veenweidegebied.

Tijd

G

Geld

R

Geld (toelichting)

De uitvoering van deze programmalijn ligt voor op schema. Hierdoor is het budget 2022 overschreden met ca. € 200.000. De overschrijding wordt verrekend met het budget voor 2023.

PL 4: Leefomgeving, natuur en biodiversiteit

Beleid

G

Tijd

O

Tijd (toelichting)

Wegens de prioriteit van de funderingsaanpak en het feit dat er geen natuuradviseur in de markt beschikbaar was heeft  dat ertoe geleid dat bepaalde doelen zoals de landschapsecologische systeemanalyse (LESA), archeologie en  nationaal park nieuwe stijl onderbelicht waren of nog niet uitgevoerd konden worden.

Geld

G

PL 5: Integrale gebiedsaanpak

Beleid

G

Tijd

O

Tijd (toelichting)

Binnen een aantal gebieden schuift de beoogde planning op. Dat heeft o.a. te maken met het behouden/krijgen van draagvlak,. Dit speelt onder andere bij kansrijk gebied Idzegea vanwege het veegbesluit. Via het veegbesluit zijn er voor Natuur en Stikstof extra plant-en diersoorten en leefgebieden aangewezen binnen de Natura2000 gebieden. Dit geldt ook voor de Aldegearster Brekken, wat is aangewezen als stikstofgevoelig. Dit kan zorgen voor beperking in vergunningverlening bij nieuwe ontwikkelingen in deze regio.   Anderzijds vraagt deze gebiedsgerichte aanpak meer tijd vanwege de snel veranderende maatschappelijke doelstellingen (denk aan implementatie veenweide in NPLG)

Geld

G

PL 6: Onderzoek en monitoring

Beleid

O

Beleid (toelichting)

Binnen de programmalijnen wordt er gemonitord, vooral vanuit onderzoeksvragen op het gebied van innovatie. Op het moment dat een gebied overgaat van kansrijk gebied naar ontwikkelgebied is het belangrijk dat er vanuit het gebiedsproces een monitoringsplan opgesteld wordt en opgenomen wordt in het gebiedsproces.

Tijd

G

Geld

G

Voor Bodem en grondgebruik richten we proefvelden en demonstratievelden in voor het overlagen van veen en het keren van veenprofielen. Ook willen we een proeftuin bodem inrichten en andere bodemproeven uitvoeren en kunnen demonstreren

Beleid

G

Tijd

O

Tijd (toelichting)

De pilot Overlagen van Veen is gestart in de proeftuin in de Groote Veenpolder. 

De middelen voor de pilot voor het  Keren van veenprofielen zijn eind 2022 toegekend. Dat betekent dat de uitvoering van de pilot is verschoven naar 2023. De voorbereidende onderzoeken die nodig zijn voor de vergunningverlening zijn wel uitgevoerd.

Geld

G

Voor het ontwikkelgebied Aldeboarn-De Deelen wordt het gebiedsplan vastgesteld en wordt verder ingezet op het doen van grondaankopen vooruitlopend op het gebiedsplan

Beleid

G

Tijd

R

Tijd (toelichting)

De ontwikkeling van een integraal ontwerp gebiedsplan vraagt meer tijd dan verwacht. Het gaat om een proces van onderop met verschillende stakeholders uit het gebied. Dit vraagt zorgvuldigheid en meer tijd dan op voorhand gedacht, maar is cruciaal om te komen tot een gedragen plan voor de toekomstige inrichting van het gebied. De vertraging heeft, zoals eerder ook per brief aangegeven, onder andere te maken met de koppeling met de ontwikkeling van het flankerend beleid. Maar ook de ontwikkelingen van het NPLG maken dat meer tijd nodig is om in beeld te brengen welke bijdrage vanuit het gebiedsproces geleverd kan worden aan het behalen van andere doelstellingen zoals bijvoorbeeld de stikstofopgave. Daarnaast wordt als tussenstap om te komen tot een ontwerp integraal gebiedsplan gewerkt aan een koersdocument om alle opgaven voor de langere termijn in kaart te brengen. Het koersdocument vormt de basis voor het gebiedsplan. Onder andere door de uitbreiding van de opgave vanuit het NPLG vraagt het meer tijd om het ontwerp integrale gebiedsplan op te stellen.

Geld

G

Voor het ontwikkelgebied Hegewarren wordt een besluit genomen over de toekomstige inrichting, het vervolgproces en afspraken gemaakt over de manier waarop verschillende partijen hierin gaan samenwerken

Beleid

G

Tijd

G

Tijd (toelichting)

Tijdens de behandeling van de gebiedsontwikkeling Hegewarren in april 2022 heeft PS besloten het besluit uit te stellen naar september 2022, omdat ze meer informatie wilden en omdat er dan duidelijkheid zou zijn over het wel of niet doorgaan van de vaarweg Drachten. In september heeft PS besloten geen vaarweg door de Hegewarren aan te leggen. In dezelfde vergadering heeft PS het alternatief ‘Open en Natuurlijk’ als uitwerkingsrichting vastgesteld en ingestemd met het starten van de planfase (deel 1) in samenwerking met Wetterskip Fryslân en de gemeente Smallingerland. Het uitstellen van het besluit heeft geen gevolgen gehad voor de planning van dit resultaat. Wel is de planfase 5 maanden later gestart.  

Geld

G

Voor het vormgeven van It Nije Buorkjen zullen we het uitgewerkte flankerend beleid voor het eerst testen in Aldeboarn – De Deelen. In samenwerking met de landbouwadviespool werken we daarnaast aan opleiding/begeleiding van adviseurs die de boeren

Beleid

G

Tijd

R

Tijd (toelichting)

Het ontwikkelen van het flankerend beleid heeft meer tijd nodig (er is immers 
sprake van pionieren/innoveren), waardoor de simulatie in ADD later start. De simulatie in ADD gebeurt 
op basis van het concept flankerend beleid. De praktijk simulatie kan voor de zomer opgeleverd worden 
en deze leerervaringen gebruiken we in het ontwerp flankerend beleid. Deze verwachten we in het najaar 
2023 op te leveren, dit hangt wel af van de behandeling van de staatsteuntoets van de Europese 
commissie.

Geld

G

Voor leefomgeving, natuur en biodiversiteit ligt de focus op het uitwerken van een funderingsaanpak en de mogelijkheden om natuurgebieden versneld te vernatten

Beleid

G

Beleid (toelichting)

De funderingsaanpak is in december 2022 vastgesteld door Provinciale Staten. Er komt een funderingsloket en aan de hand van de moties met betrekking tot funderingsschade, van onder andere de code rood gevallen, wordt er verder gewerkt aan deze aanpak. 

Het vernatten van de natuurgebieden wordt meegenomen binnen de lopende gebiedsprocessen.

Tijd

G

Geld

G

Voor waterbeheer en klimaatadaptatie werken we aan proeven en demonstraties, zoals HAKLAM, Boeren Meten Water en greppelinfiltratie om de grondwaterspiegel te verhogen

Beleid

G

Tijd

O

Tijd (toelichting)

We behalen met de aquapinnen nog niet de juiste resultaten met het uitlezen van de data. We zijn hierover met Acacia in overleg. 

Geld

G

Prestatie-indicatoren

Terug naar navigatie - Prestatie-indicatoren

 

Onderwerp

Indicator

Doelwaarde 2022

Realisatie 2022

Herijking Veenweideprogramma 2021-2030

Vaststelling door PS, AB Wetterskip en gemeenteraden Veenweidegemeenten

1

0

PL 1: Inrichten proeven en demonstraties waterbeheer en klimaatadaptatie

Aantal proeven en demo’s ingericht

3

3

PL 2: Opstarten proeftuin bodem

Aantal proeftuinen opgestart

1

1

PL 2: Inrichten bodemproeven en demo’s

Aantal proeven en demo’s ingericht

2

1

PL 3: flankerend beleid opgeleverd en beoordeeld door onafhankelijke deskundigencommissie

Vaststelling door GS, DB Wetterskip en B&W Veenweidegemeenten

1

 

0

PL 4: Uitvoeren pilot project voor inrichting van een overgangszone tussen natuur en landbouw

Aantal projecten in uitvoering

1

0

PL 4: Ecosysteem- en landschapsanalyses maken voor de gebiedsprocessen

Aantal uitgevoerde analyses

2

0

PL 4: In beeld brengen van de archeologische waarden/ resten van het veenweidegebied.

Aantal uitgevoerde onderzoeken

1

0

PL 5: Aldeboarn-De Deelen

Vaststellen gebiedsplan

1

0

PL 5: Hegewarren

Besluitvorming toekomstige inrichting

1

1

Terug naar navigatie - Toelichting

Toelichting
Herijking: Vanwege de ontwikkelingen rondom het NPLG is de herijking van de CO2 reductiedoelstelling voor het veenweidegebied in overleg met het Bestjoerlik Oerlis Feangreide (BOF) opgeschoven tot medio 2023. De besluitvorming zal nu plaats vinden als onderdeel van de vaststelling van het gebiedsplan dat de provincie moet maken voor het NPLG. 

PL3 Flankerend beleid: Het ontwikkelen van het flankerend beleid heeft meer tijd nodig (er is immers sprake van pionieren/innoveren), waardoor de simulatie in ADD later start. De simulatie in ADD gebeurt op basis van het concept flankerend beleid. De praktijk simulatie kan voor de zomer opgeleverd worden en deze leerervaringen gebruiken we in het ontwerp flankerend beleid. Deze verwachten we in het najaar 2023 op te leveren, dit hangt wel af van de behandeling van de staatsteuntoets van de Europese commissie.

PL4 Overgangszones: Door het ontbreken van een beschikbare natuuradviseur in de markt (uitgezet door de Friese Milieu Federatie) en de voortgang in de gebiedsprocessen is dit nog niet uitgevoerd.

PL4  Ecosysteem- en landschapsanalyse: Door het ontbreken van een beschikbare natuuradviseur en de voortgang in de gebiedsprocessen is dit nog niet uitgevoerd.

PL4 Archeologische waarden: Door gebrek aan interne capaciteit en beschikbare archeologische adviesbureaus is dit nog niet uitgevoerd.

PL5  Aldeboarn-De Deelen: Als tussenstap om te komen tot een ontwerp integraal gebiedsplan wordt gewerkt aan een koersdocument om alle opgave voor de langere termijn in kaart te brengen. Het koersdocument vormt de basis voor het gebiedsplan en zal ter kennisname aan PS worden gestuurd. Onder andere door de uitbreiding van de opgave vanuit het NPLG vraagt het meer tijd om het ontwerp integrale gebiedsplan op te stellen.

 

Wat heeft het gekost?

Terug naar navigatie - Wat heeft het gekost?
Exploitatie - Bedragen x € 1.000 Realisatie 2021 Begroting 2022 na wijziging Rekening 2022 Saldo begroting en rekening
Lasten
Tijdelijke budgetten 5.172 3.624 4.524 -900
Overlopende passiva 2.034 14.345 11.011 3.334
Totaal lasten 7.206 17.970 15.535 2.435
Baten
Tijdelijke budgetten 203 38 66 -29
Overlopende passiva 2.034 14.345 11.011 3.334
Totaal baten 2.237 14.383 11.077 3.306
Saldo van lasten en baten 4.970 3.587 4.458 -871
Mutatie tijdelijke budgetten 535 519 -343 862
Resultaat van lasten en baten 5.505 4.106 4.115 -9
Terug naar navigatie - Toelichting

Toelichting
Per saldo is er een overschrijding van € 9.000,- op dit beleidsveld.

Tijdelijke budgetten:
In het kader van het uitvoeringsprogramma veenweide zijn in 2022 meer kosten gemaakt dan begroot. Dit betreft met name uitvoerings- en onderzoekskosten met betrekking tot de programmalijnen  Bodem en grondgebruik en  It Nije buorkjen. De uitvoering van de genoemde programmalijnen loopt voor op schema. Het betreft een meerjarig programmabudget, de overschrijding wordt op € 9.000 na verrekend met het budget voor 2023. 

Overlopende passiva
Betreft specifieke uitkeringen van het Rijk (impulsgelden en IBP-VP) ten behoeve van de veenweide gebiedsprojecten Aldeboarn - De Deelen en Hege Warren. In het kader van gebiedsproject Hege Warren aangekochte gronden konden deels ten laste worden gebracht van natuurmiddelen (stikstofgelden).  Hierdoor is ten laste van de impulsgelden minder (€ 2,5 mln.)  besteed dan begroot.

Ten behoeve van het veenweide gebiedsproject Aldeboarn – De Deelen zijn in 2022 minder ( € 0,5 mln.) proceskosten gemaakt dan was begroot. 

Ten behoeve agrarische verplaatsingssubsidies binnen het veenweide gebiedsproject Hege Warren zijn in 2022 verplaatsingssubsidies verstrekt voor een lager bedrag (€ 0,3 mln.) dan waarvoor deze waren opengesteld. 

Uitgebreide financiële tabel

Terug naar navigatie - Uitgebreide financiële tabel
GS budgetautorisatie - Bedragen x € 1.000 Realisatie 2021 Begroting 2022 Besteding 2022 Saldo 2022
Lasten
Hegewarren 339 -32 -32 0
Klimaatenvelop 2019 veenweide 2.776 356 365 -9
Veenweidevisie 2.057 3.300 4.191 -891
Tijdelijke budgetten 5.172 3.624 4.524 -900
IBP-VP Aldeboarn - De Deelen 367 913 430 483
Impulsgelden 1.667 13.332 10.499 2.833
Regiodeal 0 100 81 19
Overlopende Passiva 2.034 14.345 11.011 3.334
Totaal lasten 7.206 17.970 15.535 2.435
Baten
Hegewarren 150 38 38 0
Veenweidevisie 53 0 29 -29
Tijdelijke budgetten 203 38 66 -29
IBP-VP Aldeboarn - De Deelen 367 913 430 483
Impulsgelden 1.667 13.332 10.499 2.833
Regiodeal 0 100 81 19
Overlopende Passiva 2.034 14.345 11.011 3.334
Totaal baten 2.237 14.383 11.077 3.306
Saldo van lasten en baten 4.970 3.587 4.458 -871

Beleidsveld 3.4 Water en milieu

Wat wilden we bereiken?

Terug naar navigatie - Wat wilden we bereiken?

Doelstellingen beleidsveld 3.4 Water

Terug naar navigatie - Doelstellingen beleidsveld 3.4 Water

We willen ervoor zorgen dat Fryslân een provincie is en blijft met veilige, gezonde, toekomstbestendige en veerkrachtige watersystemen die duurzaam gebruikt worden. Daarbij gaat het om watersystemen waarin economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht zijn. De provincie richt zich met haar beleid op de toekomst, zodat wij in Fryslân op tijd klaar zijn voor de stijgende zeespiegel, klimaatverandering en bodemdaling. Daarnaast worden wateropgaven gerealiseerd via de verschillende gebiedsontwikkelingen in onze provincie.

Hieronder gaan we eerst in op het nieuwe Regionaal Waterprogramma, klimaatadaptatie en resultaat nummer 13 van het bestuursakkoord. Vervolgens gaan we nader in op de drie beleidslijnen: waterveiligheid, voldoende water en schoon water. 

Regionaal Waterprogramma
Op basis van de Omgevingswet en als uitwerking van de Omgevingsvisie is in 2022 het Regionaal Waterprogramma vastgesteld. De uitvoeringsperiode van dit waterprogramma is maximaal 6 jaar, dus van 2022 tot en met uiterlijk 2027. Het Regionaal Waterprogramma is de opvolger van het Vierde Waterhuishoudingsplan (2016 – 2021). Klimaatadaptatie is een belangrijk onderwerp in het Regionaal Waterprogramma.

Klimaatadaptatie 
Klimaatadaptatie heeft betrekking op de thema’s veilig, voldoende en schoon waaraan we ook al werkten in onze Waterhuishoudingsplannen. De tijdshorizon van klimaatadaptatie ligt wat verder weg (2050) en de relatie met andere programma’s zoals Energie en Vitaal en Leefbaar is van groot belang.
Vanaf 2016 werkten we al samen met Wetterskip Fryslân, Vitens en de gemeenten aan klimaatadaptatie. Deze werkwijze is bestendigd in het Fries Bestuursakkoord Water en Klimaat 3.0 (FBWK3). 

Resultaten bestuursakkoord
Ten aanzien van de Opgave Water is in het bestuursakkoord het volgende resultaat opgenomen:

Water
Resultaat 13: er zijn meetbare successen behaald op het gebied van klimaatadaptatie, door sterk verbeterde wateropvang en het concreet inrichten van retentiegebieden. 

Bij de uitwerking van deze bestuursopdracht is voorgesteld om hierbij de aanpak te hanteren van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw. Deze aanpak werkt volgens de trits: Vasthouden, Bergen, Afvoeren (VBA). Dat betekent dat in eerste instantie water zoveel mogelijk dient te worden vastgehouden (wateropvang) als dat niet meer lukt moet het water worden geborgen (waterretentie) en tenslotte wordt het water afgevoerd. 

Waterveiligheid
Ons doel is dat de inwoners van Fryslân en de Friese economie goed beschermd zijn tegen overstromingen en wateroverlast. We willen Fryslân zo inrichten dat het risico op  overstroming zo klein mogelijk is, en dat als dit zich toch voordoet, de gevolgen beperkt zijn. Hiervoor is het nodig dat de waterkeringen (bijvoorbeeld boezemkaden en sluizen) voldoen aan de veiligheidsnormen, en dat er gebieden zo ingericht zijn dat ze wateroverlast kunnen helpen voorkomen. 

Onze verantwoordelijkheid ligt (vooral) bij de regionale waterkeringen. Deze beschermen ons tegen het boezemwater uit meren, kleine rivieren en kanalen. Wij stellen de veiligheidsnormen vast. Wetterskip Fryslân versterkt en onderhoudt deze waterkeringen. In 2027 moeten alle regionale waterkeringen aan de veiligheidsnormen voldoen. Om dit te halen moest vanaf 2016 in totaal door Wetterskip Fryslân nog 400 km boezemkaden op hoogte worden gebracht. Door nieuwe inzichten wordt verwacht dat een deel van de eerdere opgave voor kadeherstel alsnog voldoet aan de normen. De resterende (bekende) opgave bedraagt naar verwachting daardoor ca. 125 kilometer voor de periode 2022- 2027. In 2021 zijn nieuwe hoogtegegevens beschikbaar gekomen, die door Wetterskip Fryslân gebruikt zullen gaan worden voor de veiligheidstoetsing van de boezemkaden. De resultaten van deze toetsing komen uiterlijk in 2022 ter beschikking en kunnen dan tot een bijstelling van de resterende opgave en daarmee de jaarlijkse doelstellingen tot 2027 leiden. Bij de versterking van de regionale waterkeringen worden waar mogelijk andere functies (natuur, recreatie, landschap) integraal meegenomen en wordt ‘werk met werk’ gemaakt. 

In 2018 is de instemmingsverklaring Agenda IJsselmeer 2050 officieel ondertekend. Daarmee is deze Agenda vooral een werkvorm geworden tussen de 60 partijen die zijn betrokken bij het IJsselmeer. De IJsselmeeragenda omvat ook het Deltaprogramma IJsselmeer en is daarmee ook een platform voor waterveiligheid en wateroverlast van de IJsselmeerregio.

Doelstellingen beleidsveld 3.4 Voldoende water

Terug naar navigatie - Doelstellingen beleidsveld 3.4 Voldoende water

Ons doel is dat het grond- en oppervlaktewatersysteem zo is ingericht dat de verschillende functies en gebruikers van water zo optimaal mogelijk bediend worden, nu en in de toekomst. Hierbij spelen we in op de regionale verschillen: 

In het verziltingsgevoelige deel van het noordelijk Zeekleigebied willen we de verzilting tegengaan en het zoete water optimaal benutten. Hiervoor lopen verschillende praktijkproeven zoals “Boeren meten water” en “Zoet op Zout” en middels het initiatief Zoet Zout Knooppunt (o.a. samen met provincies Groningen en Noord-Holland). In het kader van het Deltaprogramma Zoetwater willen we middels het project FRESHEM nauwkeurig in beeld brengen hoe de huidige verdeling van zoet en zout grondwater in de ondergrond is. Dit willen we doen in samenwerking met andere provincies en waterschappen en waterleidingbedrijf Vitens. 

Op de hogere zandgronden stimuleren we verschillende partijen zoals boeren, Wetterskip Fryslân, gebiedscollectieven en natuurbeheerders om maatregelen te treffen om meer (grond)water vast te houden. Hiermee willen we in de toekomst de afhankelijkheid van inlaatwater vanuit het IJsselmeer verminderen.

Ook willen we ervoor zorgen dat ons grondgebied zo is ingericht dat wateroverlast wordt voorkomen. In lijn met het advies van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw (WB21) richten we ons daarbij eerst op het vasthouden van water, daarna op bergen en als laatste op afvoeren. Het realiseren van extra waterbergingscapaciteit wordt uitgevoerd door Wetterskip Fryslân of via gebiedsontwikkelingen van de provincie Fryslân.

We richten ons met de bestrijding van de verdroging vooral op de Natura 2000 gebieden met een grondwateropgave vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze moeten gereed zijn in 2027. Verdrogingsbestrijding kan op verschillende manieren worden uitgevoerd: bijvoorbeeld door: het minder diep maken of dempen van sloten, het aanleggen van zogenaamde “kwelschermen” of de manier van ontwatering aanpassen (bijvoorbeeld door een andere type drainage). 

Hoe willen we in de toekomst omgaan met de Friese Boezem zodanig dat het boezemsysteem voorbereidt is op de klimaatverandering? En wat betekent dat voor de verschillende belangen die zijn gekoppeld aan de Friese boezem, zoals scheepvaart en natuur? Om deze vragen te kunnen beantwoorden stellen Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân gezamenlijk een lange termijnverkenning op voor Friese Boezem. 

Naar aanleiding van de droogte in 2018 worden door Rijkswaterstaat, provincies en waterschappen rond het IJsselmeer de afspraken over de verdeling van IJsselmeerwater in tijden van droogte geactualiseerd. Hieruit volgt in 2022 ook een voorstel voor aanpassing van de verdringingsreeks, zoals deze in de huidige waterverordening is vastgelegd. 

Samen met Wetterskip Fryslân en andere partijen voeren wij vijf projecten uit om water vast te houden op de hogere zandgronden van Fryslân. Dit is in lijn met de doelstelling voor “wateropvang” uit bestuursopdracht 13

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

We stellen samen met Wetterskip Fryslân een lange termijnverkenning op voor de Friese Boezem

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

We treffen maatregelen om de verdroging te bestrijden voor 250 ha in met name de Natura 2000 gebieden

Beleid

O

Beleid (toelichting)

Binnen de gebiedsinrichtingsprojecten is in 2022 ca. 34 hectare ingericht. Voor 2023 en verder ondernemen we actie om de aanpak van verdroogde natuur te versnellen. Buiten de gebiedsinrichtingen gaan we aan de slag om de doelen af te stemmen op de haalbare en uitvoerbare maatregelen. De stikstofaanpak en het NPLG biedt daarnaast ruimte voor een versnelling van de aanpak van de verdrogingsproblematiek. Vanaf 2023  gaan we  buiten  de gebiedsinrichtingen aan de slag om de doelen af te stemmen op haalbare en uitvoerbare maatregelen.

Tijd

O

Tijd (toelichting)

De dienst had in 2022 een aantal openstaande vacatures die moeilijk in te vullen zijn. Dit komt door de krappe arbeidsmarkt, bovendien is er specialistische kennis nodig. Dit maakt dat er een (her)prioritering in het werk is aangebracht.  De actie van het afstemmen van doelen op haalbare maatregelen wordt opgepakt wanneer we de openstaande vacatures in hebben kunnen vullen. 

Geld

G

We zien erop toe dat het Wetterskip jaarlijks gemiddeld 150 ha inricht ter voorkoming van wateroverlast. Dit is in lijn met de doelstelling voor “waterretentie” uit bestuursopdracht 13

Beleid

O

Beleid (toelichting)

Er wordt dit jaar ca. 50 hectare toegevoegd aan de boezem.  De inrichting/aanwijzing van bergingsgebieden door Wetterskip Fryslân is afhankelijk van lopende processen, waarbij niet elk jaar tot definitieve realisatie (incl. inrichtingsmaatregelen) van nieuwe bergingsgebieden wordt gekomen.  Aanwijzing van natuurgebieden als bergingsgebied behoeft daarnaast draagvlak van natuurbeheerders. Het draagvlak vormt nu een knelpunt in de realisatie van nieuwe bergingsgebieden.  Nader overleg/dialoog met de natuurbeherende organisatie over welke gebieden, onder welke omstandigheden ingezet zouden kunnen worden voor waterberging is daarbij nodig. 

 

Tijd

G

Geld

G

Doelstellingen beleidsveld 3.4 Schoon water

Terug naar navigatie - Doelstellingen beleidsveld 3.4 Schoon water

Ons doel voor de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater is dat deze goed is en blijft.  Daarmee zorgen we voor gezonde aquatische en terrestrische ecosystemen en kan het grond- en oppervlaktewater veilig gebruikt worden voor de drinkwatervoorziening, recreatie en economische activiteiten, nu en in de toekomst. Vervuiling -een slechte toestand en verslechtering van de toestand- wordt voorkomen. Afwenteling op andere watersystemen of is onwenselijk.  

Schoon oppervlaktewater
Voor de bescherming van de kwaliteit van het oppervlaktewater maken we onderscheid in KRW- en niet-KRW wateren (KRW staat voor: Kaderrichtlijn Water).
Voor de KaderRichtlijn Water (KRW)-wateren stellen wij doelen vast voor de biologische kwaliteit (vissen, waterplanten, algen en macrofauna) en normen voor parameters zoals nutriënten (stikstof en fosfaat) en doorzicht. Normen voor chemische stoffen worden vastgesteld door de EU en/of het Rijk. De doelen, normen en ligging van de KRW-wateren zijn vastgelegd in de KRW-nota en bijbehorende factsheets (december 2021).
De overige, niet-KRW wateren, zijn de kleinere oppervlaktewateren. Voor deze wateren gaan we komende jaren ,samen met Wetterskip Fryslân, de gemeenten, terreinbeheerders en landbouworganisaties uitwerken hoe we bescherming in gaan vullen.
Voor verontreinigingen houden wij de Europese en landelijke normen aan.
Wij willen dat oppervlaktewateren natuurvriendelijk ingericht en beheerd worden waar dat mogelijk is. Hiervoor willen we het principe hanteren: ja, mits verenigbaar met andere functies.
We willen dat er meer schone en veilige zwemwaterlocaties gerealiseerd worden.

Schoon grondwater
Wij beschouwen het grondwater van een goede kwaliteit als het voldoet aan de eisen die voortvloeien uit de Europese richtlijnen, zoals de Kader Richtlijn Water (KRW) met daar onder de Richtlijn Prioritaire Stoffen en de Grondwaterrichtlijn. De KRW-beoordeling vindt plaats in grote lijnen, op de schaal van grondwaterlichamen. Binnen de provincie beoordelen we de grondwaterkwaliteit aanvullend op detailniveau, om achteruitgang van de grondwaterkwaliteit op lokaal niveau ook te kunnen signaleren en agenderen. De vergrijzing van grondwater vraagt hierom, passend beleid dient gemaakt te worden. Voor schoon grondwater monitoren we de kwaliteit (we willen géén achteruitgang van de grondwaterkwaliteit) en daarnaast de projectmatige acties waarmee we deze achteruitgang in kwaliteit proberen te voorkomen. Opstellen van beleid is nodig voor de aanpak van lokaal gemeten grondwaterverontreinigingen.
Rondom drinkwaterbronnen is de kwaliteit zodanig, dat er met minimale inspanning drinkwater van kan worden gemaakt. Daaraan voldoen we als we in de grondwaterbeschermingsgebieden voor drinkwater gerelateerde verontreinigingen geen stijgende trends waarnemen en ook geen overschrijdingen van signaleringswaarden. 
Verzilting van het grondwater is een actueel probleem, deels veroorzaakt door natuurlijke processen, deels door humane invloed. We willen de verzilting, binnen onze mogelijkheden, vertragen zodat de gebruiksmogelijkheden van het grondwater zo lang mogelijk behouden blijven. Belangrijk onderdeel voor 2022 is de verbetering van het monitoringsnetwerk verzilting. 

Wij willen geen risico’s lopen op verontreiniging van het grondwater als gevolg van fracking ten behoeve van schaliegaswinning of onderzoek. Wij willen ook geen risico lopen op verontreiniging van het grondwater door boringen voor duurzame energie, zoals geothermie en ondergrondse warmte- en koudeopslag. 

Het is belangrijk om goed inzicht te hebben en te houden in de kwaliteit van het grondwater . en ook dat dat inzicht gebruikt wordt voor beslissingen over de ruimtelijke ordening en het gebruik van de ondergrond. Hiervoor monitoren wij de kwaliteit in peilbuismeetnetten.

Voor de derde fase (2022 – 2027) is de “Nota KRW yn Fryslân” opgesteld. Deze notitie is eind 2021 definitief aan u voorgelegd. 

Bij de bestaande zwemwaterlocaties in oppervlaktewater zien wij in 2022 erop toe dat de aangewezen zwemplaatsen voldoen aan de eisen

Beleid

G

Tijd

O

Tijd (toelichting)

We zien door het veranderende klimaat een stijging van de gebruiksdruk op het oppervlaktewater door o.a. een toename van zwemmers en recreatievaart in de warme droge zomers. Daarnaast zien we een verslechtering van de waterkwaliteit door de overlast van algen en bacteriën. Dit wordt veroorzaakt door een hogere watertemperatuur en meer hevige piekbuien met een grotere afspoeling als gevolg. Dat maakt het lastiger om de kwaliteit van de zwemwaterlocaties op orde te brengen en te houden. Er is hier veel aandacht voor, maar het gaat enige tijd duren voordat het watersysteem voldoende robuust is om de gevolgen van het veranderende klimaat op te vangen.  Voor zwemwater scoorden eind 2022 maar liefst 50, uit totaal 53 zwemlocaties voornamelijk goed en uitstekend. Drie zwemlocaties scoren nog niet in de klassen aanvaardbaar of hoger. Een van deze drie locaties zit dichtbij klasse "aanvaardbaar".  Voor deze locaties zijn we met de betrokkenen - de locatie houders, gemeenten en de waterbeheerders - bezig met het uitvoeren van maatregelen die naar verwachting tot een verbetering van de waterkwaliteit zal leiden. Gezien de druk die op de waterkwaliteit staat, is de verwachting dat het op orde houden van deze zwemwaterlocaties voortdurend onze aandacht vraagt.

Geld

G

De kwaliteit van het grondwater dient goed te zijn. Humane invloed (chemische stoffen) die de kwaliteit verslechtert dient vermeden te worden

Beleid

O

Beleid (toelichting)

We zien overschrijding van individuele stoffen door menselijk toedoen, bij meerdere meetlocaties. Het gaat daarbij om bestrijdingsmiddelen, geneesmiddelen en andere verontreinigende stoffen. Het overall-beeld is overwegend goed; de KRW-beoordeling geeft pas een slechte kwaliteit als 20% van de meetlocaties een overschrijding van dezelfde stof laten zien.  Het voorgenomen beleid in ons Regionaal Waterprogramma  (RWP) voor de komende jaren is gericht op het behoud en verbeteren (waar nodig) van de kwaliteit. Het opstellen van een provinciaal programma voor beoordeling van grondwaterkwaliteit buiten KRW-verband staat in het RWP ook op de agenda voor komende jaren. Volgens de KRW-beoordeling is het grondwaterlichaam Wadden in slechte toestand vanwege hoge chloridegehaltes in de metingen. Nader onderzoek wordt uitgevoerd om te bepalen of dat wel een humane oorzaak heeft.

Tijd

G

Geld

G

De provincie heeft een rol in de bescherming van niet-KRW wateren (bebouwd gebied, natuur en landelijk gebied). In de periode 2022-2025 regelen we deze bescherming. We monitoren de als indicator voor hoeveel gemeenten dit voor het bebouwde gebied

Beleid

G

Tijd

O

Tijd (toelichting)

Er is een start gemaakt met doelen overige wateren voor bebouwd gebied en natuurwateren.  Er zijn afspraken gemaakt met het Wetterskip Fryslân hoe dit traject in 2023 zal worden vormgegeven. Er is niet gestart met het proces om te komen tot  doelen overige wateren landelijk gebied. De dienst had op het gebied van Water vacatures die in 2022 niet zijn ingevuld. Dit komt door de krappe arbeidsmarkt, bovendien is er specialistische kennis nodig. Dit maakt dat er een (her)prioritering in het werk is aangebracht. Deze actie wordt alsnog opgepakt wanneer we de openstaande vacatures in hebben kunnen vullen. 

Geld

G

Grondwater dat voor drinkwater wordt gebruikt wordt beschermd

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

In 2022 gaan we samen Wetterskip Fryslân verder met de uitvoering van het maatregelenpakket KRW zoals we dat ons voorgenomen hebben in de KRW-nota.

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

In bebouwd gebied leiden gemeenten en wetterskip samen doelen af en formuleren zij maatregelen. De provincie heeft een faciliterende rol. Per jaar wordt dit proces voor ca. 4 gemeenten opgestart

Beleid

G

Tijd

O

Tijd (toelichting)

 Met het Wetterskip Fryslân zijn afspraken gemaakt hoe dit traject zal worden opgestart in 2023.  Daarmee zijn we ook iets verlaat van start gegaan. Zie toelichting bij onderdeel: De provincie heeft een rol in de bescherming van niet-KRW wateren (bebouwd gebied, natuur en landelijk gebied). In de periode 2022-2025 regelen we deze bescherming. We monitoren per jaar het aantal  gemeenten waarmee  we de doelen gaan afleiden. 

Geld

G

In landelijk gebied werken we aan het formuleren van doelen/streefbeelden en het promoten van natuurvriendelijk inrichten en onderhouden

Beleid

G

Tijd

O

Tijd (toelichting)

Er is geen start gemaakt met het proces om te komen tot  doelen overige wateren landelijk gebied. Zie  toelichting: tijd  bij onderdeel: "De provincie heeft een rol in de bescherming van niet-KRW wateren (bebouwd gebied, natuur en landelijk gebied)". Voor deze acties is er wel een wettelijke verplichting, maar geen verplichting om deze al in 2022 te hebben afgerond.  We werken aan een hernieuwde samenwerking met de landbouw sector (via Deltaplan Agrarisch Waterbeheer) in 2023 en verder.  Deze actie nemen we als bewustwording instrument in de hernieuwde aanpak. 

Geld

G

Voor de natuurwateren zijn de doelen helder, maar ontbreekt nog inzicht in knelpunten en maatregelen. In 2023 en 2024 werken we dat voor een selectie van de gebieden uit

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

We stellen de Bkl-normen voor KRW-wateren ook vast als richtwaarde voor overig water

Beleid

G

Tijd

O

Tijd (toelichting)

Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL) normen worden vastgesteld als richtwaarde voor het water dat niet als Kader Richtlijn Water (KRW) - waterlichaam is aangewezen. In 2022 is dit vastgesteld met het regionale waterprogramma. Deze normen worden vertaald naar de provinciale omgevingsverordening. Vanwege uitstel van de omgevingswet is de opname in de omgevingsverordening vertraagd.  

Geld

G

Doelstellingen beleidsveld 3.4 VTH - milieu en natuur

Terug naar navigatie - Doelstellingen beleidsveld 3.4 VTH - milieu en natuur

Hoofddoelstelling van ons milieubeleid is “een verantwoord gebruik van het fysieke leefmilieu, zodat dit gebruik oneindig kan voortduren”. Om dat te bereiken is het nodig om belangrijke stappen te zetten die leiden naar een Fries leefmilieu waarin in 2030 alle schadelijke onttrekkingen en toevoegingen zijn uitgebannen.
In januari 2024 treedt de nieuwe Omgevingswet naar verwachting in werking. Op basis van deze wet moeten provincies verplicht een Omgevingsvisie vaststellen (zie ook beleidsveld 3.6 Transitie omgevingswet/visie). Al het strategisch beleid uit de plannen voor de fysieke leefomgeving wordt in deze nieuwe Omgevingsvisie opgenomen. Dat geldt dus ook voor het strategisch deel van het milieubeleid. 

Milieubeheer
Dit spoor bevat de wettelijke omgevingstaken. Met de uitwerking van dit spoor willen we bereiken dat het fysieke leefmilieu in Fryslân voldoet aan alle geldende wettelijke normen. Sommige wettelijke normen zijn uitgewerkt in bestuurlijke afspraken. Deze afspraken komen we na. De nadruk in dit spoor ligt op vergunningverlening, toezicht en handhaving. Er moet worden voorkomen dat nieuwe knelpunten ontstaan. De uitvoering van de wettelijke taken ligt primair bij de FUMO. De Wabo en Brzo 2015 taken bij de majeure risico bedrijven worden uitgevoerd door de Brzo Omgevingsdienst Groningen in Noord-Nederland.
In 2019 is het programma Impuls Omgevingsveiligheid (IOV) beëindigd. Overheden gaan op basis van een gezamenlijke meerjarenagenda 2021-2024 (met 7 clusters) wel door met versterking van omgevingsveiligheid. Vanaf 2021 verloopt de financiering rechtstreeks via het gemeentefonds/provinciefonds.
Op basis van het integrale beleidsplan bodem willen wij onze bodem zo schoon mogelijk houden en geen vreemde stoffen in de Friese bodem.

Voor de nazorg van stortplaatsen is de provincie middels de Wet milieubeheer (en ook in de aanstaande Omgevingswet) eindverantwoordelijk. Om deze nazorg te kunnen bekostigen wordt door Provinciale Staten een nazorgheffing aan de stortplaatsexploitanten opgelegd. Deze heffing wordt door Gedeputeerde Staten geïnd en gestort in het Fonds Nazorg Stortplaatsen Fryslân. Hiermee wordt gegarandeerd dat tot in lengte van jaren de opgelegde nazorgheffingen aan een verantwoorde uitvoering van de nazorg van de stortplaatsen kan worden besteed. 
Voor het Fonds wordt jaarlijks een aparte begroting en jaarrekening opgesteld, die gelijk met deze begroting en jaarrekening aan PS wordt voorgelegd. 
Op 1 januari 2022 vallen zeven stortplaatsen onder deze nazorgregeling, waarvan drie “droge” stortplaatsen en vier baggerspeciestortplaatsen. Naast deze zeven stortplaatsen zijn er drie stortplaatsen die onder een vergelijkbaar regime vallen waarvoor provincie ook de nazorg coördineert. Met deze opgave willen we, in samenwerking met alle betrokkenen en stakeholders een zorgvuldige nazorg organiseren en de stortplaatsen daarmee toekomstbestendig conserveren en beheren.  

De Mijnbouwwet regelt activiteiten in de diepe ondergrond (dieper dan 500 meter), zoals zoutwinning, gaswinning en geothermie. In onze adviezen aan het ministerie maken wij steeds kenbaar tegen nieuwe gaswinning te zijn en hanteren wij het Fries manifest over gas- en zoutwinning uit 2016. In 2022 zijn wij gestart met een Friese mijnbouwtafel waar lokale overheden en het Wetterskip Fryslân bij aansluiten. Doel van de tafel is te komen tot een gezamenlijk agenda v.w.b. het thema die spelen in de diepe ondergrond en wordt er gezamenlijk gestreefd naar eenduidige advisering richting de minister van EZK. 
Aanvullend op het verplichte meetnet voor de zoutwinning bij Harlingen is een aanvullend meetnet gerealiseerd, waar wij ook aan bijdragen. Voor het gehele Waddengebied is het ‘hand-aan-de-kraan’ principe van toepassing. De definitieve besluitvorming voor de gaswinning bij Ternaard, laat anno januari 2023 nog op zich wachten. Wij werken samen met de gemeente Noardeast-Fryslân en het Wetterskip aan een gebiedsproces in Ternaard, mocht de minister besluiten om tot gaswinning over te gaan. Als het zich voordoet, zullen wij negatief adviseren bij (proef-)boringen naar schaliegassen en aan de opslag van kernafval en CO2 in de ondergrond. 

Wij benaderen het beleidsveld bodem vanuit een breed en integraal programma en perspectief, waarin wij bodemsaneringen, duurzaam bodembeheer maar voornamelijk ook de verbreding van het bodembeleid naar alle relevante opgaven centraal stellen.  Voor de transitie van het bodembeleid is op 23 maart een startnotitie vastgesteld.  In de startnotitie is het proces en stappenplan opgenomen om te komen tot een beleidskader.  Onderdeel hiervan is de studie naar verkenning van de bodemvitaliteit in Fryslân.  Deze studie heeft aangetoond dat de huidige bodemdata diffuus en geaggregeerd of nog niet toegankelijk van aard is. Om dit voldoende te ontsluiten en aan te vullen voor het doel om de bodemvitaliteit te kunnen aantonen en te monitoren, moet hiervoor een provincie brede scan plaatsvinden. Deze scan is gericht op bodemtype, bodemgebruik en kwetsbare gebieden (trends) in Fryslân. De scan is onderdeel van het vervolg van de bodemstudie en ligt aan de basis van het kunnen vaststellen van meetbare doelen en sturingsmechanismen zoals opgenomen in de startnotitie.  Het proces om te komen tot een geactualiseerd beleidskader vraagt daarom meer tijd. Tevens dragen kennisontwikkelingsprojecten (Living Labs) bij aan het maken van concrete doelen voor het beleidskader.  Het proces tot nieuwe projecten voor duurzaam bodembeheer loopt op dit moment gezamenlijk met kennisinstellingen.  Het uitvoeren en bijdragen aan Livings labs is tevens de insteek van de Europese bodemstrategie en heeft een meerjarig karakter.   Daarnaast spelen er belangrijke ontwikkelingen op het gebied van ruimtelijke ordening/ontwikkeling waarbij water en bodem sturende principes gaan worden.  Ook zijn de landelijke bodemafspraken 2023-2030 als gevolg van uitstel van de Omgevingswet nog niet tot stand gekomen.  

Afspraken gemaakt over het bodembeleid tussen Rijk, IPO en VNG voor de periode 2022-2026 waaronder de buitenproportionele bodemopgaven (o.a. nieuwe stoffen, bodemgezondheid en klimaatadaptatie). De Omgevingsvisie is daarbij de leidraad.

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Beoordelen hoe het reguliere stikstoftoezicht en handhaving verder wordt ingevuld, op basis van de resultaten van een project in 2021 bij provinciale bedrijven en een pilot gecombineerde WABO/ Wnb controle bij agrarische bedrijven.

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

De provincie verzorgt het (bestuurlijk) voorzitterschap en het secretariaat van het ambtelijk en bestuurlijk VTH-overleg. De provincie neemt het initiatief tot het driemaal per jaar houden van het ambtelijk en bestuurlijk overleg.

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

De provincie zorgt met de deelnemers van het VTH-overleg voor een jaarlijks VTH uitvoeringsprogramma, aan de hand van het meerjarenprogramma, en coördineert de samenwerking; resultaten jaarschijf 2022 worden eind 2021 geformuleerd.

Beleid

G

Beleid (toelichting)

De VTH meerjarenagenda 2022 - 2025 is door het bestuurlijk VTH-overleg op 3 maart 2022 vastgesteld.

Tijd

G

Geld

G

Een werkwijze voor de inzet van actieve publicatie; prestatie-indicatoren voor VTH-taken en eenduidige meetbare registratie van naleving VTH taken. Hiervoor is een onderzoek naar de verbetering BIG-8 beleidscyclus uitgevoerd.

Beleid

O

Beleid (toelichting)

Voor wat betreft de actieve publicatie van beschikkingen, zijn we ingehaald door nieuwe wetgeving: alle bevoegde gezagen moeten aan de slag met (een vorm van) actieve publicatie met het oog op de Wet Open Overheid en de Wet elektronische publicaties. Er is daarom geen aanleiding tot het nader uitwerken van het actiepunt in het beleidsplan.

Tijd

G

Geld

G

Uitvoeren Actieplan Geluid 2018-2022: resultaten jaarschijf 2022.

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Uitvoeren monitoring meetnet zoutwinning onder de Waddenzee, voor de periode 2019-2049, voor het vaststellen of er bodemdaling plaatsvindt door de zoutwinning.

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Uitvoeren van de taken ten aanzien van vergunningverlening, toezicht en handhaving a.d.h.v. het VTH beleid 2019-2023 en het VTH Jaarwerkprogramma 2022, die behoren tot dit beleidsveld door de provincie, FUMO en ODG.

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Geld (toelichting)

De structurele hogere bijdrage van 60.000 euro voor de Brzo omgevingsdienst ODG, op basis van de bedrijvenlijst, is betaald uit de begrote VTH budgetten. De hogere bijdrage van 138.600 euro voor de FUMO, voor inwerken nieuw personeel in 2022, is betaald uit de begrote VTH budgetten. Zie verder de toelichting bij de financiële tabel.

Uitvoeren van de Wet Natuurbescherming (Houtopstanden, Stikstof, Soorten en Gebied) door aanvragen t.a.v. afhandeling vergunningen, ontheffingen en adviezen te verwerken. Ook voeren we taken voor de Natuurschoonwet en de Wadloopverordening uit.

Beleid

G

Tijd

R

Tijd (toelichting)

We geven uitvoering aan de Wet natuurbescherming en handelen voor de onderdelen Hout, Gebieden, Soorten en Stikstof binnenkomende vergunning- en ontheffingsaanvragen af. De dynamiek in dit werkveld, met name rondom het stikstofdossier, heeft veel tijd gekost. De vergunningverlening is hier intensief mee bezig geweest en heeft daarnaast een bijdrage geleverd aan beleidsmatige trajecten. In 2022 zijn in totaal 953 aanvragen Wet natuurbescherming en Wadlopen afgehandeld. Over 2022 is 80% van de vergunningen tijdig verleend (excl. de stikstof), dit als gevolg van toename van het aantal complexe aanvragen.

Ook heeft in 2022 de vergunningverlening stikstof meerdere weken stilgelegen in verband met landelijke en gerechtelijke ontwikkelingen. In 2022 zijn 87 stikstof aanvragen afgehandeld. Veel aanvragen hebben de afgelopen jaren langere tijd stil gelegen in afwachting op meer duidelijkheid en toekomstperspectief en hierdoor zijn procedures lang niet allemaal binnen de wettelijke termijn verleend. 

Geld

G

Vaststellen startnotitie bodembeleid (voorjaar 2022) en verder invulling geven aan het transitieprogramma kennis- en innovatie bodem en ondergrond. De overdracht realiseren van de locaties bodemverontreiniging naar de gemeenten voor start Ow.

Beleid

G

Tijd

O

Tijd (toelichting)

De studie naar verkenning van de bodemvitaliteit in Fryslân heeft aangetoond dat de beschikbare bodemdata diffuus en geaggregeerd is waardoor een nadere verkenning naar bodemdata zal plaatsvinden. De overdracht van locaties in relatie tot bodemverontreinigingen naar gemeenten is door het uitstel van de Omgevingswet opgeschoven. 

Geld

G

Voorbereiden en vaststellen nazorgplannen voor Trijehus, Ald Dwinger en Garyperhoeke. Uitvoeren nazorgbeheer en actualiseren van nazorgplannen voor Skinkeskans en Leeuwarden. Actualiseren van nazorgplannen De Wierde en de stort nabij Ouwsterhaule.

Beleid

G

Tijd

G

Geld

G

Prestatie-indicatoren voldoende water

Terug naar navigatie - Prestatie-indicatoren voldoende water

Onderwerp

Indicator

Doelwaarde 2022

Realisatie 2022

Voldoende water

 

 

 

Vasthouden zoet (grond)water

Aantal uitgevoerde projecten

5

5

Wateroverlast

Aantal hectares dat Wetterskip jaarlijks inricht om wateroverlast te voorkomen

150 ha

50 ha

Verdrogingsbestrijding

Aantal hectares waarvoor maatregelen zijn uitgevoerd

250 ha

34 ha

Terug naar navigatie - Toelichting voldoende water

Toelichting Voldoende water
Wateroverlast
Er wordt dit jaar ca. 50 hectare toegevoegd aan de boezem. De inrichting/aanwijzing van bergingsgebieden door Wetterskip Fryslân is afhankelijk van lopende processen, waarbij niet elk jaar tot definitieve realisatie (incl. inrichtingsmaatregelen) van nieuwe bergingsgebieden wordt gekomen.  Aanwijzing van natuurgebieden als bergingsgebied behoeft daarnaast draagvlak van natuurbeheerders. Deze vormt nu een knelpunt in de realisatie van nieuwe bergingsgebieden.  Nader overleg met de natuurbeherende organisatie over welke gebieden, onder welke omstandigheden ingezet zouden kunnen worden voor waterberging is daarbij nodig. Dit overleg is in 2022 gestart. 

Verdrogingbestrijding
De aanpak van verdroging vindt nu alleen plaats binnen de gebiedsinrichtingsprojecten. Binnen de gebiedsinrichtingsprojecten is in 2022 ca. 34 hectare ingericht. Voor natuurgebieden buiten de gebiedsinrichtingen is het van belang om  de doelen voor verdrogingsbestrijding af te stemmen op  de mogelijkheden voor haalbare en uitvoerbare maatregelen. De stikstofaanpak en het NPLG biedt daarbij ruimte voor een versnelling van de aanpak van de verdrogingsproblematiek. Daarom zal onze inzet op dit thema  worden vergroot. We verwachten hiermee in de komende jaren de aanpak van de verdroogde natuur te kunnen versnellen. 

Prestatie-indicatoren schoon water

Terug naar navigatie - Prestatie-indicatoren schoon water

Onderwerp

Indicator

Doelwaarde 2022

Realisatie 2022

Schoon water

 

 

 

KRW-maatregelen in watersystemen

Voorbereiding uitvoering prioritair KRW-maatregelenpakket gereed

1

1

Bescherming niet-KRW water

Aantal gemeenten waarvoor doelen overig water zijn vastgesteld volgens uitgangspunten provincie (geen slechte kwaliteit, geen achteruitgang, etc.)

4

0

 

Overige acties zijn uitgevoerd:

  • Analyses NNN-water zijn opgestart
  • Promotiemateriaal natuurvriendelijk inrichten en onderhouden is ontwikkeld
  • Bkl-normen door laten werken in de omgevingsverordening

3

0

Zwemwatervisie

Aantal zwemwaterlocaties dat in de klasse uitstekend, goed of aanvaardbaar valt

51

50

Grondwater – KRW

Aantal projectmatige acties uitgevoerd

2

2

Grondwater – uitvoering gebiedsdossiers drinkwater

Aantal projectmatige acties uitgevoerd

5

5

Grondwater Monitoring kwaliteit

Rapportage meetresultaten: aantal peilbuizen waar géén achteruitgang in kwaliteit wordt gemeten

100%

onbekend

Handelingskader/beleid achteruitgang lokale meetpunten

Beleid maken, afspraken met gemeenten over aanpak

1

0

Terug naar navigatie - Toelichting schoon water

Toelichting Schoon water
Bescherming niet KRW-water
Doelen overig water voor bebouwd gebied, landelijk gebied en natuurwateren: zoals hierboven benoemd worden deze acties opgestart in 2023 vanwege vertraging in de invulling van de vacatures en dus beschikbare inzet.  Wel is er al in januari 2023 de eerste aanzet voor het starten van het traject doelen overige wateren in bebouwd gebied. 

Zwemwater
Voor zwemwater scoorden eind 2022 maar liefst 50 zwemlocaties, uit totaal 53 zwemlocaties,  voornamelijk goed en uitstekend. Drie zwemlocaties scoren nog niet in de klassen aanvaardbaar of hoger. Een van deze drie locaties zit dichtbij klasse "aanvaardbaar".  Voor deze zwemwaterlocaties zijn we met de betrokkenen – de locatie houders, gemeenten en de waterbeheerders – bezig met het uitvoeren van maatregelen die naar verwachting tot een verbetering van de waterkwaliteit zal leiden.   

Grondwater Monitoring kwaliteit
Het doel is om voor 100% van de peilbuizen geen achteruitgang te hebben. In de praktijk bepalen we per drie jaar de trend en daarbij behorende voor- of achteruitgang. We hebben los daarvan, in individuele meetlocaties al wel een achteruitgang vastgesteld.

Handelingskader/beleid achteruitgang lokale meetpunten
Dit onderwerp is niet in 2022 afgerond. Vanwege een aantal openstaande vacatures die nog niet zijn ingevuld. Dit komt door de krappe arbeidsmarkt, bovendien is er specialistische kennis nodig.  Dit maakt dat er een (her)prioritering in het werk is aangebracht. Deze actie wordt alsnog opgepakt wanneer we de openstaande vacatures in hebben kunnen vullen.  

Prestatie-indicatoren VTH - milieu en natuur

Terug naar navigatie - Prestatie-indicatoren VTH - milieu en natuur

Onderwerp

Indicator

Doelwaarde 2022

Realisatie 2022

Slim milieubeheer

 

 

 

VTH Uitvoeringsprogramma

Voortgang taakafspraken aantal controles toezicht & handhaving door FUMO/ODG

Controle conform jaarplanning

Resultaten in VTH Jaarverslag 2022. Vaststelling door GS voor 1  juni 2023.

 

Tijdigheid afgeven vergunningen, ontheffingen, beoordelen meldingen enz. 

90%

Resultaten in VTH Jaarverslag 2022. Vaststelling door GS voor 1  juni 2023.

 

BIG-8 samenhang verbeteren

Indicatoren vastgesteld

Concept indicatoren zijn bepaald. 

 

VTH jaarverslag (2021) is tijdig vastgesteld door GS voor 1 juni (2022)

100 %

100%

Wet natuurbescherming

Percentage tijdig verleende vergunningen en ontheffingen (exclusief stikstofaanvragen[2])

95%

80%

Wet milieubeheer, externe veiligheid

Beheren Risicokaart

Eén actuele Risicokaart

Eén actuele kaart.

Transitie Bodembeleid

Startnotitie bodembeleid (voorjaar 2022) en de nieuwe bodemafspraken tussen Rijk, IPO en VNG.

Vastgestelde startnotitie

23 maart 2022 vastgesteld.

Nazorg stortplaatsen

Goedgekeurde/geactualiseerde nazorgplannen en/of sluitingsverklaringen

Vastgestelde nazorgplannen voor 6 stortplaatsen

Nazorgplannen zijn gereed. Goedkeuringsbesluiten door GS voor 1  juni 2023.

Aanvullend meetnet voor de zoutwinning onder de Waddenzee

Uitvoeren monitoring 2019-2049

Geen bodemdaling door zoutwinning. Hiervoor wordt monitoring toegepast.

Monitoring is uitgevoerd.

Terug naar navigatie - Toelichting VTH - milieu en natuur

Toelichting VTH - Milieu en natuur
VTH Uitvoeringsprogramma, BIG-8 samenhang verbeteren: Indicatoren worden in 2023 vastgesteld door GS.

Wet milieubeheer, Externe veiligheid: Een landelijk project voor vernieuwing loopt. 

Wet Natuurbescherming: We geven uitvoering aan de Wet natuurbescherming en handelen voor de onderdelen Hout, Gebieden, Soorten en Stikstof binnenkomende vergunning- en ontheffingsaanvragen af. De dynamiek in dit werkveld, met name rondom het stikstofdossier, heeft veel tijd gekost.  Team Groene  regelgeving is hier intensief mee bezig geweest en heeft daarnaast een bijdrage geleverd aan diverse beleidsmatige trajecten. In 2022 zijn in totaal 953 aanvragen Wet natuurbescherming en Wadlopen afgehandeld. Over 2022 is 80% van de vergunningen tijdig verleend (excl. de stikstof), dit als gevolg van toename van het aantal complexe aanvragen.

Wat heeft het gekost?

Terug naar navigatie - Wat heeft het gekost?
Exploitatie - Bedragen x € 1.000 Realisatie 2021 Begroting 2022 na wijziging Rekening 2022 Saldo begroting en rekening
Lasten
Structurele budgetten 10.170 10.450 9.832 618
Tijdelijke budgetten 2.405 2.407 1.851 556
Reserves 300 570 -3.601 4.171
Voorzieningen 817 746 781 -35
Overlopende passiva 156 8.840 8.709 130
Totaal lasten 13.849 23.012 17.573 5.439
Baten
Structurele budgetten 942 195 328 -133
Tijdelijke budgetten 482 8 70 -62
Voorzieningen 795 726 760 -35
Overlopende passiva 156 8.840 8.709 130
Totaal baten 2.374 9.768 9.868 -100
Saldo van lasten en baten 11.474 13.244 7.705 5.539
Mutatie reserves -300 -570 3.601 -4.171
Mutatie tijdelijke budgetten -180 -1.502 -1.085 -418
Resultaat van lasten en baten 10.995 11.172 10.221 951
Terug naar navigatie - Toelichting

Toelichting
Per saldo is er een resultaat van € 951.000,- op dit beleidsveld.

Structurele budgetten
De lagere lasten € 618.000,- en de hogere baten € 133.000,- leiden tot een positief saldo van € 751.000,-.

Dit betreft voor € 357.000,- een onderbesteding  van de budgetten van het Regionaal Waterprogramma (RWP). Niet alle uitgezette opdrachten binnen het RWP hebben geleid tot een betaling in 2022 omdat de prestatie niet tijdig afgerond was. Dit betreft voor € 357.000,- een onderbesteding  van de budgetten van het Regionaal Waterprogramma (RWP). Niet alle uitgezette opdrachten binnen het RWP hebben geleid tot een betaling in 2022 omdat de prestatie niet tijdig afgerond was. Er is een overbesteding van € 62.000,- op het budget voor de BRZO-taken (Besluit risico's zware ongevallen) die de Omgevingsdienst Groningen (ODG) heeft uitgevoerd. Dit komt vanwege hogere kosten door de toename van het aantal majeure risicobedrijven binnen de provincie. Eerder werd door de ODG aangegeven dat de extra kosten werd ingeschat op € 200.000,-. Daarom is er binnen dit beleidsveld rekening gehouden om deze extra kosten op te vangen binnen de VTH-budgetten. Op het budget VTH taken (waaronder BRZO) is een onderbesteding van € 158.000,-. Uiteindelijk zijn de extra ODG-kosten lager uitgevallen, waardoor er minder kosten zijn gemaakt op dit budget. Daarnaast werd er rekening gehouden met de opstartkosten van de Evaluatie Noordelijke Maat. Dit loopt enige vertraging waardoor deze kosten niet in 2022 zijn gemaakt. Op het budget Milieubeleidsplan wettelijke taken is er een onderbesteding van € 358.000,-.  Er zijn minder kosten gemaakt door de uitstel van de Omgevingswet. Krapte op de arbeidsmarkt zorgde er voor dat de FUMO geen mensen kon aannemen of inhuren om projecten voor ons te doen en we konden minder projecten wegzetten in de markt bij bijv. onderzoeksbureaus.

Op het VTH budget Wet uitvoering Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) is er een overbesteding van € 252.000,-. Dit wordt met name veroorzaakt door kosten vanuit de FUMO voor het uitvoeren van BRIKS-taken (Bouwen, Reclame, Inrit, Kappen en Slopen), het toezicht op de brandveiligheid en publicatiekosten van aanvragen en vergunningen. Daartegenover staat dat de legesinkomsten € 170.000,- hoger zijn op dit onderdeel.

Tijdelijke budgetten

Per saldo is er een positief resultaat van € 618.000,-. Dit betreffen voor € 486.000,- verplichtingen voor de samenwerkingsovereenkomst (SOK) Kaderrichtlijn Water (KRW) en het versterken Friese IJsselmeerkunst, die in latere jaren tot besteding komen. Via de reserve tijdelijke budgetten blijven deze middelen beschikbaar. Voor een overbesteding van enkele budgetten (€ 68.000) wordt via de reserve tijdelijke budgetten de benodigde middelen uit volgende jaren naar voren gehaald. Voor de motie "een ton voor een regenton" is een bestedingsritme opgenomen voor de jaren 2022 en 2023, elk € 50.000,-. De bestedingen komen in 2023 tot uitbetaling,  daarom wordt voorgesteld een om bedrag van €50.000,- via de resultaatbestemming terug te vragen voor uitvoer van de motie. De overige € 151.000,- betreft vrijval van verschillende budgetten.

Reserves
Aan de lastenkant is er een onderbesteding van € 4,2 mln. Dit betreft een onderbesteding van € 0,57 mln. op de reserve Breed cofinancieringsbudget (BCB) met betrekking tot POP3 maatregel Water.  Wij zijn hierbij afhankelijk van RVO die, op basis van de door hun uitgekeerde subsidies, ons aandeel in de cofinanciering in rekening brengt. De middelen blijven onderdeel van de BCB reserve. Daarnaast is er in verband met regelgeving lastneming subsides een onderbesteding van € 3,6 mln. Dit betreft de Rijksmiddelen voor de Tijdelijke Impulsmaatregelen Klimaatadaptatie 2021-2027. Wij treden op als kassier van de werkregio Fryslân en verstrekken de toegekende specifieke uitkeringen (SPUK) één op één als subsidie door aan enkele gemeenten en het Wetterskip. De middelen zijn in 2022 overgemaakt aan de gemeenten en het Wetterskip, zij voeren de regeling uit en de bestedingen zullen in de komende jaren plaatsvinden.

Overlopende passiva (OP)
De lagere lasten bedragen € 130.000,-. Dit is voornamelijk de onderbesteding van de specifieke regeling (SPUK) provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden, de uitvoering van enkele werkzaamheden is in 2023.  Dit is verrekend met de al ontvangen bijdrage.

Uitgebreide financiële tabel

Terug naar navigatie - Uitgebreide financiële tabel
GS budgetautorisatie - Bedragen x € 1.000 Realisatie 2021 Begroting 2022 Besteding 2022 Saldo 2022
Lasten
Beheer onderhoud Bubble Barrier Harlingen 0 7 0 7
Bijdrage uitvoering taken BRZO bedrijven 1.007 1.031 1.093 -62
Bijdrage uitvoering taken FUMO 6.601 6.601 6.664 -63
COVM Vliegbasis Leeuwarden en CRO Vliegveld Drachten 0 4 0 4
Duurzaam Peilbeheer 23 68 17 51
Friese Milieu Federatie 396 403 404 -1
IPO BIJ12 bijdrage 59 112 77 36
IPO bijdrage 216 213 213 0
IPO kassiersfunctie 43 0 0 0
Meetnet zoutwinning 21 16 13 3
Milieubeleidsplan 410 460 102 358
Monitoringskader frysk miljeuplan 0 31 63 -32
Primaire waterkeringen 32 60 22 37
Regionaal Waterprogramma 500 475 284 191
Toezicht Wet Natuurbescherming 319 373 191 182
Uitvoering VTH taken waaronder Brzo+ 352 384 227 158
Wet uitvoering WABO 191 212 465 -252
Structurele budgetten 10.170 10.450 9.832 618
Bestuursovereenkomst Blauwe Drager 0 0 75 -75
Bodemconvenant 2016-2025 816 1.015 972 43
Co-financiering koppelkansen IJsselmeerkust 529 278 224 54
De Saiter 68 32 56 -24
Deltaprogramma zoetwater 64 25 19 6
Een ton voor een regenton 0 50 0 50
Erfafspoeling 27 0 0 0
Geluidhinder provinciale wegen 0 100 94 6
Gewasbeschermingsmiddelen onderzoek 0 50 50 0
IJsselmeeragenda 2050 89 100 61 39
Kaderrichtlijn water 90 533 133 400
Legaliseren PAS-melders 0 68 43 25
Opkoop- en beeindigingsregeling 0 47 27 20
Opruiming drugsafval 10 10 10 0
Programma Stikstof 348 0 0 0
Programmateam Stikstof 0 73 72 0
Stikteam IPO stikstof 349 0 0 0
Versterking omgevingveiligheidsdiensten 15 26 14 12
Tijdelijke budgetten 2.405 2.407 1.851 556
Kaderrichtlijn water 300 570 0 570
Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2021-2027 0 0 -3.601 3.601
Reserves 300 570 -3.601 4.171
Grondwaterplan 817 746 781 -35
Voorzieningen 817 746 781 -35
Deltaprogramma Waddengebied 9 64 28 36
Freshem-NL 0 281 281 0
Fries Bestuursakkoord Waterketen 3 2021-2025 147 105 146 -41
Provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden 0 3.085 2.950 135
Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2021-2027 0 5.305 5.305 0
Overlopende Passiva 156 8.840 8.709 130
Totaal lasten 13.849 23.012 17.573 5.439
Baten
COVM Vliegbasis Leeuwarden en CRO Vliegveld Drachten 3 5 3 1
Milieubeleidsplan 8 0 0 0
Ontgrondingenwet 23 86 42 43
Organisatie uitvoering nazorg 0 27 0 27
Regionaal Waterprogramma 12 0 35 -35
Wet uitvoering WABO 895 78 248